Naar de inhoud

afprijzen

iets goedkoper maken

afprijzen

werkwoord

Betekenis

  1. iets goedkoper maken
  2. goedkoper worden

Vervoeging van afprijzen

afprijzenhele werkwoord — prijsde afverleden tijd enkelvoud — prijsden afverleden tijd meervoud — afgeprijsdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik prijs af prijsde af
jij prijst af prijsde af
hij, zij, het prijst af prijsde af
wij prijzen af prijsden af
jullie prijzen af prijsden af
zij prijzen af prijsden af
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
af te prijzen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen prijzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal prijzen bijzin, toekomende tijd
af zou prijzen bijzin, voorwaardelijk
af zouden prijzen bijzin, voorwaardelijk
af zoudt prijzen bijzin, voorwaardelijk
af zullen prijzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen prijzen bijzin, toekomende tijd
af zult prijzen bijzin, toekomende tijd
afgeprijsd verleden tijd, deelwoord
afgeprijsd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgeprijsd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgeprijsd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeprijsd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeprijsd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeprijsd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgeprijsd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgeprijsd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgeprijsd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgeprijsd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afprijs bijzin, tegenwoordige tijd
afprijsde bijzin, verleden tijd
afprijsden bijzin, verleden tijd
afprijst bijzin, tegenwoordige tijd
afprijzend onvoltooid, deelwoord
ben afgeprijsd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent afgeprijsd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is afgeprijsd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was afgeprijsd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd afgeprijsd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt afgeprijsd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal afgeprijsd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal afgeprijsd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou afgeprijsd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou afgeprijsd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had afgeprijsd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgeprijsd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgeprijsd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgeprijsd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgeprijsd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgeprijsd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgeprijsd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgeprijsd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgeprijsd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgeprijsd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgeprijsd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgeprijsd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgeprijsd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgeprijsd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgeprijsd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is afgeprijsd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is afgeprijsd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
prijs af gebiedende wijs
prijsde af verleden tijd
te hebben afgeprijsd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afprijzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart afgeprijsd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgeprijsd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren afgeprijsd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgeprijsd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was afgeprijsd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was afgeprijsd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was afgeprijsd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd afgeprijsd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd afgeprijsd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd afgeprijsd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden afgeprijsd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden afgeprijsd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden afgeprijsd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt afgeprijsd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word afgeprijsd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden afgeprijsd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden afgeprijsd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden afgeprijsd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt afgeprijsd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt afgeprijsd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal afgeprijsd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeprijsd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgeprijsd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afgeprijsd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeprijsd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal afgeprijsd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeprijsd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afprijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afprijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afprijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afprijzen bijzin, toekomende tijd
zijn afgeprijsd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn afgeprijsd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn afgeprijsd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt afgeprijsd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou afgeprijsd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeprijsd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeprijsd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afgeprijsd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeprijsd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou afgeprijsd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeprijsd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeprijsd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeprijsd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afprijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afprijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afprijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afprijzen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afprijzen af zou(dt) prijzen bijzin, voorwaardelijk
zouden afgeprijsd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgeprijsd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgeprijsd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgeprijsd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afgeprijsd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afgeprijsd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgeprijsd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgeprijsd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgeprijsd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afprijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afprijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afprijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afprijzen bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgeprijsd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgeprijsd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgeprijsd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afprijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afprijzen bijzin, voorwaardelijk
zullen afgeprijsd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgeprijsd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgeprijsd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgeprijsd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afgeprijsd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afgeprijsd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgeprijsd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgeprijsd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgeprijsd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afprijzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afprijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afprijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afprijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen afprijzen bijzin, toekomende tijd
zult afgeprijsd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van af bw en prijzen ww

Woordfamilie van afprijzen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgeprijsd voltooid deelwoord afprijzen
afgeprijsde woordvorm afprijzen
afprijs subordinate-clause, tegenwoordige tijd afprijzen
afprijsde subordinate-clause, verleden tijd afprijzen
afprijsden subordinate-clause, verleden tijd afprijzen
afprijst subordinate-clause, tegenwoordige tijd afprijzen
afprijze with-subordinate-clause afprijzen
afprijzend onvoltooid deelwoord afprijzen
afprijzende woordvorm afprijzen
prijs af gebiedende wijs afprijzen
prijsde af verleden tijd afprijzen
prijsden af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afprijzen
prijst af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon afprijzen
prijze af woordvorm afprijzen
prijzen af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afprijzen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afprijzen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over afprijzen

Wat betekent afprijzen?
Afprijzen is een werkwoord. Het woord betekent: iets goedkoper maken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je afprijzen?
Je vervoegt afprijzen als volgt: het voltooid deelwoord is afgeprijsd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afprijzen is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. P 3
  4. R 2
  5. I 1
  6. J 4
  7. Z 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afprijzen levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. P 4
  4. R 2
  5. I 2
  6. J 4
  7. Z 5
  8. E 1
  9. N 1
  10. 24 zonder bonus
  11. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

afprijzen in het kort

afprijzen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van afprijzen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort afprijzen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

afprijzen: iets goedkoper maken
Deel afprijzen — standaardnederlands.nl