Naar de inhoud

afkrabben

door krabben verwijderen

afkrabben

werkwoord ˈɑfkrɑbə(n)

Betekenis

  1. door krabben verwijderen
  2. door krabben ontdoen van

Hoe spreek je afkrabben uit?

/ˈɑfkrɑbən/

Afkrabben bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɑfkrɑbən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɑ bad
f fiets
k kat
r rood
b bak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van afkrabben

afkrabbenhele werkwoord — krabde afverleden tijd enkelvoud — krabden afverleden tijd meervoud — afgekrabdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik krab af krabde af
jij krabt af krabde af
hij, zij, het krabt af krabde af
wij krabben af krabden af
jullie krabben af krabden af
zij krabben af krabden af
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
af te krabben actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen krabben actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal krabben bijzin, toekomende tijd
af zou krabben bijzin, voorwaardelijk
af zouden krabben bijzin, voorwaardelijk
af zoudt krabben bijzin, voorwaardelijk
af zullen krabben actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen krabben bijzin, toekomende tijd
af zult krabben bijzin, toekomende tijd
afgekrabd verleden tijd, deelwoord
afgekrabd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgekrabd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgekrabd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgekrabd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgekrabd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgekrabd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgekrabd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgekrabd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgekrabd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgekrabd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afkrab bijzin, tegenwoordige tijd
afkrabbend onvoltooid, deelwoord
afkrabde bijzin, verleden tijd
afkrabden bijzin, verleden tijd
afkrabt bijzin, tegenwoordige tijd
ben afgekrabd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent afgekrabd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is afgekrabd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was afgekrabd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd afgekrabd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt afgekrabd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal afgekrabd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal afgekrabd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou afgekrabd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou afgekrabd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had afgekrabd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgekrabd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgekrabd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgekrabd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgekrabd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgekrabd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgekrabd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgekrabd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgekrabd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgekrabd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgekrabd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgekrabd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgekrabd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgekrabd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgekrabd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is afgekrabd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is afgekrabd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
krab af gebiedende wijs
krabde af verleden tijd
te hebben afgekrabd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afkrabben actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart afgekrabd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgekrabd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren afgekrabd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgekrabd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was afgekrabd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was afgekrabd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was afgekrabd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd afgekrabd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd afgekrabd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd afgekrabd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden afgekrabd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden afgekrabd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden afgekrabd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt afgekrabd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word afgekrabd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden afgekrabd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden afgekrabd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden afgekrabd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt afgekrabd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt afgekrabd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal afgekrabd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgekrabd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgekrabd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afgekrabd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgekrabd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal afgekrabd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgekrabd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afkrabben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afkrabben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afkrabben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afkrabben bijzin, toekomende tijd
zijn afgekrabd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn afgekrabd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn afgekrabd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt afgekrabd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou afgekrabd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgekrabd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgekrabd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afgekrabd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgekrabd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou afgekrabd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgekrabd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgekrabd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgekrabd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afkrabben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afkrabben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afkrabben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afkrabben bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afkrabben af zou(dt) krabben bijzin, voorwaardelijk
zouden afgekrabd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgekrabd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgekrabd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgekrabd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afgekrabd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afgekrabd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgekrabd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgekrabd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgekrabd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afkrabben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afkrabben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afkrabben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afkrabben bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgekrabd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgekrabd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgekrabd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afkrabben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afkrabben bijzin, voorwaardelijk
zullen afgekrabd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgekrabd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgekrabd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgekrabd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afgekrabd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afgekrabd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgekrabd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgekrabd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgekrabd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afkrabben actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afkrabben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afkrabben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afkrabben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen afkrabben bijzin, toekomende tijd
zult afgekrabd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van af en krabben

Woordfamilie van afkrabben

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgekrabd voltooid deelwoord afkrabben
afgekrabde woordvorm afkrabben
afkrab subordinate-clause, tegenwoordige tijd afkrabben
afkrabbe with-subordinate-clause afkrabben
afkrabbend onvoltooid deelwoord afkrabben
afkrabbende woordvorm afkrabben
afkrabde subordinate-clause, verleden tijd afkrabben
afkrabden subordinate-clause, verleden tijd afkrabben
afkrabt subordinate-clause, tegenwoordige tijd afkrabben
krab af gebiedende wijs afkrabben
krabbe af woordvorm afkrabben
krabben af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afkrabben
krabde af verleden tijd afkrabben
krabden af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afkrabben
krabt af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon afkrabben

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afkrabben zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over afkrabben

Hoe spreek ik afkrabben uit?
Zo spreek je afkrabben uit: /ˈɑfkrɑbə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van afkrabben?
Afkrabben is een werkwoord. De betekenis is: door krabben verwijderen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik afkrabben?
Zo vervoeg je afkrabben zo: het voltooid deelwoord is afgekrabd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afkrabben is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. K 3
  4. R 2
  5. A 1
  6. B 3
  7. B 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afkrabben levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. K 3
  4. R 2
  5. A 1
  6. B 4
  7. B 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 zonder bonus
  11. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

afkrabben in het kort

afkrabben staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van afkrabben staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort afkrabben bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

afkrabben: door krabben verwijderen
Deel afkrabben — standaardnederlands.nl