Naar de inhoud

afketsen

een voorstel verwerpen

afketsen

werkwoord

Betekenis

  1. een voorstel verwerpen
  2. afstuiten, ergens tegenaan botsen en van richting veranderen
  3. terugstuiten

Vervoeging van afketsen

afketsenhele werkwoord — ketste afverleden tijd enkelvoud — ketsten afverleden tijd meervoud — afgeketstvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kets af ketste af
jij ketst af ketste af
hij, zij, het ketst af ketste af
wij ketsen af ketsten af
jullie ketsen af ketsten af
zij ketsen af ketsten af
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
af te ketsen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen ketsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal ketsen bijzin, toekomende tijd
af zou ketsen bijzin, voorwaardelijk
af zouden ketsen bijzin, voorwaardelijk
af zoudt ketsen bijzin, voorwaardelijk
af zullen ketsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen ketsen bijzin, toekomende tijd
af zult ketsen bijzin, toekomende tijd
afgeketst verleden tijd, deelwoord
afgeketst te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgeketst te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgeketst te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeketst te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeketst te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeketst worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgeketst zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgeketst zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgeketst zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgeketst zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afkets bijzin, tegenwoordige tijd
afketsend onvoltooid, deelwoord
afketst bijzin, tegenwoordige tijd
afketste bijzin, verleden tijd
afketsten bijzin, verleden tijd
ben afgeketst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent afgeketst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is afgeketst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was afgeketst impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd afgeketst impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt afgeketst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal afgeketst worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal afgeketst zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou afgeketst worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou afgeketst zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had afgeketst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgeketst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgeketst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgeketst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgeketst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgeketst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgeketst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgeketst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgeketst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgeketst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgeketst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgeketst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgeketst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgeketst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgeketst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is afgeketst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is afgeketst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kets af gebiedende wijs
ketste af verleden tijd
te hebben afgeketst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afketsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart afgeketst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgeketst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren afgeketst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgeketst voltooid, verleden tijd, derde persoon
was afgeketst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was afgeketst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was afgeketst voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd afgeketst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd afgeketst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd afgeketst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden afgeketst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden afgeketst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden afgeketst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt afgeketst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word afgeketst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden afgeketst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden afgeketst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden afgeketst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt afgeketst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt afgeketst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal afgeketst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeketst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgeketst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afgeketst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeketst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal afgeketst zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeketst zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afketsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afketsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afketsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afketsen bijzin, toekomende tijd
zijn afgeketst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn afgeketst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn afgeketst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt afgeketst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou afgeketst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeketst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeketst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afgeketst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeketst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou afgeketst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeketst zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeketst zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeketst zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afketsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afketsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afketsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afketsen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afketsen af zou(dt) ketsen bijzin, voorwaardelijk
zouden afgeketst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgeketst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgeketst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgeketst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afgeketst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afgeketst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgeketst zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgeketst zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgeketst zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afketsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afketsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afketsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afketsen bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgeketst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgeketst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgeketst zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afketsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afketsen bijzin, voorwaardelijk
zullen afgeketst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgeketst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgeketst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgeketst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afgeketst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afgeketst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgeketst zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgeketst zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgeketst zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afketsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afketsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afketsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afketsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen afketsen bijzin, toekomende tijd
zult afgeketst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van af bw en ketsen ww

Woordfamilie van afketsen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgeketst voltooid deelwoord afketsen
afgeketste woordvorm afketsen
afkets subordinate-clause, tegenwoordige tijd afketsen
afketse with-subordinate-clause afketsen
afketsend onvoltooid deelwoord afketsen
afketsende woordvorm afketsen
afketst subordinate-clause, tegenwoordige tijd afketsen
afketste subordinate-clause, verleden tijd afketsen
afketsten subordinate-clause, verleden tijd afketsen
kets af gebiedende wijs afketsen
ketse af woordvorm afketsen
ketsen af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afketsen
ketst af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon afketsen
ketste af verleden tijd afketsen
ketsten af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afketsen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afketsen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over afketsen

Wat is de betekenis van afketsen?
Afketsen is een werkwoord. De betekenis is: een voorstel verwerpen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik afketsen?
Zo vervoeg je afketsen zo: het voltooid deelwoord is afgeketst. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afketsen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. K 3
  4. E 1
  5. T 2
  6. S 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afketsen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. K 3
  4. E 1
  5. T 2
  6. S 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

afketsen in het kort

afketsen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van afketsen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort afketsen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

afketsen: een voorstel verwerpen
Deel afketsen — standaardnederlands.nl