Naar de inhoud

affluiten

een spel met een fluitsignaal tot stilstand brengen

affluiten

werkwoord /'ɑflʌʏtə(n)/

Betekenis

  1. een spel met een fluitsignaal tot stilstand brengen

Hoe spreek je affluiten uit?

/ˈɑflʌʏtən/

Affluiten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɑflʌʏtən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɑ bad
f fiets
l land
ʏ put
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van affluiten

affluitenhele werkwoord — floot afverleden tijd enkelvoud — floten afverleden tijd meervoud — afgeflotenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik fluit af floot af
jij fluit af floot af
hij, zij, het fluit af floot af
wij fluiten af floten af
jullie fluiten af floten af
zij fluiten af floten af
Alle 81 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
af te fluiten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen fluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal fluiten bijzin, toekomende tijd
af zou fluiten bijzin, voorwaardelijk
af zouden fluiten bijzin, voorwaardelijk
af zoudt fluiten bijzin, voorwaardelijk
af zullen fluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen fluiten bijzin, toekomende tijd
af zult fluiten bijzin, toekomende tijd
affloot bijzin, verleden tijd
affloten bijzin, verleden tijd
affluit bijzin, tegenwoordige tijd
affluitend onvoltooid, deelwoord
afgefloten verleden tijd, deelwoord
afgefloten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgefloten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
er is afgefloten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was afgefloten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd afgefloten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt afgefloten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal afgefloten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal afgefloten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou afgefloten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou afgefloten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
floot af verleden tijd
fluit af gebiedende wijs
had afgefloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgefloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgefloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgefloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgefloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgefloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgefloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgefloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgefloten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgefloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgefloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgefloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgefloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgefloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgefloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben afgefloten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen affluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal affluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal affluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal affluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal affluiten bijzin, toekomende tijd
zal afgefloten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgefloten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgefloten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou affluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou affluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou affluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou affluiten bijzin, voorwaardelijk
zou afgefloten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgefloten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgefloten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) affluiten af zou(dt) fluiten bijzin, voorwaardelijk
zouden affluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden affluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden affluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden affluiten bijzin, voorwaardelijk
zouden afgefloten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgefloten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgefloten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt affluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt affluiten bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgefloten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen affluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen affluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen affluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen affluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen affluiten bijzin, toekomende tijd
zullen afgefloten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgefloten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgefloten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult affluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult affluiten bijzin, toekomende tijd
zult afgefloten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal affluiten af zult/zal fluiten bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van af bw en fluiten ww

Woordfamilie van affluiten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
affloot subordinate-clause, verleden tijd affluiten
affloten subordinate-clause, verleden tijd affluiten
affluit subordinate-clause, tegenwoordige tijd affluiten
affluite with-subordinate-clause affluiten
affluitend onvoltooid deelwoord affluiten
affluitende woordvorm affluiten
afgefloten voltooid deelwoord affluiten
floot af verleden tijd affluiten
floten af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon affluiten
fluit af gebiedende wijs affluiten
fluite af woordvorm affluiten
fluiten af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon affluiten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van affluiten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over affluiten

Hoe spreek je affluiten uit?
De uitspraak van affluiten is: /'ɑflʌʏtə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent affluiten?
Affluiten is een werkwoord. Het woord betekent: een spel met een fluitsignaal tot stilstand brengen.
Hoe vervoeg je affluiten?
Je vervoegt affluiten als volgt: het voltooid deelwoord is afgefloten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord affluiten is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. F 4
  4. L 3
  5. U 4
  6. I 1
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

affluiten levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. F 4
  4. L 3
  5. U 2
  6. I 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

affluiten in het kort

affluiten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van affluiten zijn 51 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort affluiten bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

affluiten: een spel met een fluitsignaal tot stilstand brengen
Deel affluiten — standaardnederlands.nl