afficheren
werkwoordBetekenis
- op muren, palen of borden aanplakken
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van afficheren
afficherenhele werkwoord — afficheerdeverleden tijd enkelvoud — afficheerdenverleden tijd meervoud — geafficheerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | afficheer | afficheerde |
| jij | afficheert | afficheerde |
| hij, zij, het | afficheert | afficheerde |
| wij | afficheren | afficheerden |
| jullie | afficheren | afficheerden |
| zij | afficheren | afficheerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| afficheer | gebiedende wijs |
| afficheerde | verleden tijd |
| affichere | aanvoegende wijs |
| afficherend | onvoltooid, deelwoord |
| ben geafficheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geafficheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geafficheerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geafficheerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geafficheerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geafficheerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geafficheerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geafficheerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geafficheerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geafficheerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geafficheerd | verleden tijd, deelwoord |
| geafficheerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geafficheerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geafficheerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geafficheerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geafficheerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geafficheerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geafficheerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geafficheerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geafficheerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geafficheerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geafficheerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geafficheerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geafficheerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geafficheerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geafficheerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geafficheerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geafficheerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geafficheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geafficheerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geafficheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geafficheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geafficheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geafficheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geafficheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geafficheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geafficheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geafficheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te afficheren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geafficheerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen afficheren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geafficheerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geafficheerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geafficheerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geafficheerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geafficheerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geafficheerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geafficheerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geafficheerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geafficheerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geafficheerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geafficheerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geafficheerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geafficheerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geafficheerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geafficheerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geafficheerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geafficheerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geafficheerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geafficheerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geafficheerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal afficheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal afficheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal afficheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geafficheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geafficheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geafficheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geafficheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geafficheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geafficheerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geafficheerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geafficheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geafficheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geafficheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geafficheerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou afficheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou afficheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou afficheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geafficheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geafficheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geafficheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geafficheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geafficheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geafficheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geafficheerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geafficheerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geafficheerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden afficheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden afficheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden afficheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geafficheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geafficheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geafficheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geafficheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geafficheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geafficheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geafficheerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geafficheerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geafficheerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt afficheren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geafficheerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geafficheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geafficheerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen afficheren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen afficheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen afficheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen afficheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geafficheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geafficheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geafficheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geafficheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geafficheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geafficheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geafficheerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geafficheerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geafficheerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult afficheren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geafficheerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geafficheerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geafficheerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aanplakken’ voor het eerst aangetroffen in 1864
Woordfamilie van afficheren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afficheer | gebiedende wijs | afficheren |
| afficheerde | verleden tijd | afficheren |
| afficheerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | afficheren |
| afficheert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | afficheren |
| affichere | aanvoegende wijs | afficheren |
| afficherend | onvoltooid deelwoord | afficheren |
| afficherende | woordvorm | afficheren |
| geafficheerd | voltooid deelwoord | afficheren |
| geafficheerde | woordvorm | afficheren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afficheren zijn vastgelegd.