Naar de inhoud

afbonken

met veel lawaai naar beneden gaan

afbonken

werkwoord ˈɑvbɔŋkə(n)

Betekenis

  1. met veel lawaai naar beneden gaan
  2. bij turfsteken de bovenste, onbruikbare veenlaag afsteken

Hoe spreek je afbonken uit?

/ˈɑvbɔŋkən/

Afbonken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɑvbɔŋkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɑ bad
v vis
b bak
ɔ bot
ŋ ding
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van afbonken

afbonkenhele werkwoord — bonkte afverleden tijd enkelvoud — bonkten afverleden tijd meervoud — afgebonktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bonk af bonkte af
jij bonkt af bonkte af
hij, zij, het bonkt af bonkte af
wij bonken af bonkten af
jullie bonken af bonkten af
zij bonken af bonkten af
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
af te bonken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen bonken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal bonken bijzin, toekomende tijd
af zou bonken bijzin, voorwaardelijk
af zouden bonken bijzin, voorwaardelijk
af zoudt bonken bijzin, voorwaardelijk
af zullen bonken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen bonken bijzin, toekomende tijd
af zult bonken bijzin, toekomende tijd
afbonk bijzin, tegenwoordige tijd
afbonkend onvoltooid, deelwoord
afbonkt bijzin, tegenwoordige tijd
afbonkte bijzin, verleden tijd
afbonkten bijzin, verleden tijd
afgebonkt verleden tijd, deelwoord
afgebonkt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgebonkt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bonk af gebiedende wijs
bonkte af verleden tijd
ev. gebiedende wijs
had afgebonkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgebonkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgebonkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgebonkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgebonkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgebonkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgebonkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgebonkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgebonkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgebonkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgebonkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgebonkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgebonkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgebonkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgebonkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben afgebonkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afbonken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal afbonken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afbonken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afbonken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afbonken bijzin, toekomende tijd
zal afgebonkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgebonkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgebonkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou afbonken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afbonken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afbonken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afbonken bijzin, voorwaardelijk
zou afgebonkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgebonkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgebonkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) afbonken af zou(dt) bonken bijzin, voorwaardelijk
zouden afbonken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afbonken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afbonken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afbonken bijzin, voorwaardelijk
zouden afgebonkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgebonkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgebonkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt afbonken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afbonken bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgebonkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen afbonken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afbonken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afbonken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afbonken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen afbonken bijzin, toekomende tijd
zullen afgebonkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgebonkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgebonkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult afbonken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult afbonken bijzin, toekomende tijd
zult afgebonkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal afbonken af zult/zal bonken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van af bw en bonken ww

Woordfamilie van afbonken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afbonk subordinate-clause, tegenwoordige tijd afbonken
afbonke with-subordinate-clause afbonken
afbonkend onvoltooid deelwoord afbonken
afbonkende woordvorm afbonken
afbonkt subordinate-clause, tegenwoordige tijd afbonken
afbonkte subordinate-clause, verleden tijd afbonken
afbonkten subordinate-clause, verleden tijd afbonken
afgebonkt voltooid deelwoord afbonken
bonk af gebiedende wijs afbonken
bonke af woordvorm afbonken
bonken af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afbonken
bonkt af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon afbonken
bonkte af verleden tijd afbonken
bonkten af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afbonken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afbonken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over afbonken

Hoe spreek ik afbonken uit?
Zo spreek je afbonken uit: /ˈɑvbɔŋkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van afbonken?
Afbonken is een werkwoord. De betekenis is: met veel lawaai naar beneden gaan. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik afbonken?
Zo vervoeg je afbonken zo: het voltooid deelwoord is afgebonkt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afbonken is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. B 3
  4. O 1
  5. N 1
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afbonken levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. B 4
  4. O 1
  5. N 1
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

afbonken in het kort

afbonken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van afbonken staan er 45 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort afbonken bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

afbonken: met veel lawaai naar beneden gaan
Deel afbonken — standaardnederlands.nl