adem
zelfstandig naamwoord, werkwoord /adəm/Betekenis
- de lucht die levende wezens in zich opnemen en weer uitdrijven
Hoe spreek je adem uit?
/adəm/
Adem bestaat uit twee lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| d | dak |
| ə | de |
| m | maan |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| adempje | verkleinwoord, enkelvoud |
| adempjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ademen
- gebiedende wijs van ademen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ademen
Vervoeging van adem
ademhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘ingeademde lucht’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van adem
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| adempje | verkleinwoord | adem |
| adempjes | verkleinwoord meervoud | adem |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van adem zijn vastgelegd.