adapteren
werkwoordBetekenis
- (zich) aanpassen aan omstandigheden
werkwoord
- aanpassen aan omstandigheden transitive
Vervoeging van adapteren
adapterenhele werkwoord — adapteerdeverleden tijd enkelvoud — adapteerdenverleden tijd meervoud — geadapteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | adapteer | adapteerde |
| jij | adapteert | adapteerde |
| hij, zij, het | adapteert | adapteerde |
| wij | adapteren | adapteerden |
| jullie | adapteren | adapteerden |
| zij | adapteren | adapteerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| adapteer | gebiedende wijs |
| adapteerde | verleden tijd |
| adaptere | aanvoegende wijs |
| adapterend | onvoltooid, deelwoord |
| ben geadapteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geadapteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geadapteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geadapteerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geadapteerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geadapteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geadapteerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geadapteerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geadapteerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geadapteerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geadapteerd | verleden tijd, deelwoord |
| geadapteerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geadapteerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geadapteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geadapteerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geadapteerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geadapteerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geadapteerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geadapteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geadapteerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geadapteerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geadapteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geadapteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geadapteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geadapteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geadapteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geadapteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geadapteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geadapteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geadapteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geadapteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geadapteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geadapteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geadapteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geadapteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geadapteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geadapteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geadapteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te adapteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geadapteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen adapteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geadapteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geadapteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geadapteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geadapteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geadapteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geadapteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geadapteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geadapteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geadapteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geadapteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geadapteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geadapteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geadapteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geadapteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geadapteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geadapteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geadapteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geadapteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geadapteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geadapteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal adapteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal adapteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal adapteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geadapteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geadapteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geadapteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geadapteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geadapteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geadapteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geadapteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geadapteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geadapteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geadapteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geadapteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou adapteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou adapteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou adapteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geadapteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geadapteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geadapteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geadapteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geadapteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geadapteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geadapteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geadapteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geadapteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden adapteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden adapteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden adapteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geadapteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geadapteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geadapteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geadapteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geadapteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geadapteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geadapteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geadapteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geadapteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt adapteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geadapteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geadapteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geadapteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen adapteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen adapteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen adapteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen adapteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geadapteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geadapteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geadapteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geadapteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geadapteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geadapteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geadapteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geadapteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geadapteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult adapteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geadapteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geadapteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geadapteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aanpassen’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van adapteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| adapteer | gebiedende wijs | adapteren |
| adapteerde | verleden tijd | adapteren |
| adapteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | adapteren |
| adapteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | adapteren |
| adaptere | aanvoegende wijs | adapteren |
| adapterend | onvoltooid deelwoord | adapteren |
| adapterende | woordvorm | adapteren |
| geadapteerd | voltooid deelwoord | adapteren |
| geadapteerde | woordvorm | adapteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van adapteren zijn vastgelegd.