acrobaat
zelfstandig naamwoordBetekenis
- artiest die allerlei moeilijke gymnastische toeren uithaalt (vaak werkend in een circus)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| acrobaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| acrobaatjes | verkleinwoord, meervoud |
| acrobaten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord van Frans acrobate, in de betekenis van ‘kunstenmaker’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van acrobaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| acrobaatjes | verkleinwoord meervoud | acrobaat |
| acrobaten | meervoud | acrobaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van acrobaat zijn vastgelegd.