achterovervallen
werkwoordBetekenis
- achterwaarts omvallen
Vervoeging van achterovervallen
achterovervallenhele werkwoord — viel achteroververleden tijd enkelvoud — vielen achteroververleden tijd meervoud — achterovergevallenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | val achterover | viel achterover |
| jij | valt achterover | viel achterover |
| hij, zij, het | valt achterover | viel achterover |
| wij | vallen achterover | vielen achterover |
| jullie | vallen achterover | vielen achterover |
| zij | vallen achterover | vielen achterover |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| achterover te vallen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| achterover te zullen vallen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| achterover zal vallen | bijzin, toekomende tijd |
| achterover zou vallen | bijzin, voorwaardelijk |
| achterover zouden vallen | bijzin, voorwaardelijk |
| achterover zoudt vallen | bijzin, voorwaardelijk |
| achterover zullen vallen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| achterover zullen vallen | bijzin, toekomende tijd |
| achterover zult vallen | bijzin, toekomende tijd |
| achterovergevallen | verleden tijd, deelwoord |
| achterovergevallen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| achterovergevallen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| achteroverval | bijzin, tegenwoordige tijd |
| achterovervallend | onvoltooid, deelwoord |
| achterovervalt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| achteroverviel | bijzin, verleden tijd |
| achterovervielen | bijzin, verleden tijd |
| ben achterovergevallen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent achterovergevallen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is achterovergevallen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is achterovergevallen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te zijn achterovergevallen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen achterovervallen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| val achterover | gebiedende wijs |
| viel achterover | verleden tijd |
| waart achterovergevallen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren achterovergevallen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren achterovergevallen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren achterovergevallen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was achterovergevallen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was achterovergevallen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was achterovergevallen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal achterovergevallen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal achterovergevallen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal achterovergevallen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal achterovervallen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal achterovervallen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal achterovervallen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal achterovervallen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn achterovergevallen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn achterovergevallen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn achterovergevallen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn achterovergevallen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt achterovergevallen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou achterovergevallen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou achterovergevallen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou achterovergevallen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou achterovervallen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou achterovervallen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou achterovervallen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou achterovervallen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) achterovervallen achterover zou(dt) vallen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden achterovergevallen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden achterovergevallen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden achterovergevallen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden achterovervallen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden achterovervallen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden achterovervallen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden achterovervallen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt achterovergevallen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt achterovervallen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt achterovervallen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen achterovergevallen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen achterovergevallen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen achterovergevallen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen achterovervallen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen achterovervallen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen achterovervallen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen achterovervallen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen achterovervallen | bijzin, toekomende tijd |
| zult achterovergevallen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult achterovervallen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult achterovervallen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal achterovervallen achterover zult/zal vallen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van achterover en vallen
Woordfamilie van achterovervallen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| achterovergevallen | voltooid deelwoord | achterovervallen |
| achteroverval | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | achterovervallen |
| achterovervalle | with-subordinate-clause | achterovervallen |
| achterovervallend | onvoltooid deelwoord | achterovervallen |
| achterovervallende | woordvorm | achterovervallen |
| achterovervalt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | achterovervallen |
| achteroverviel | subordinate-clause, verleden tijd | achterovervallen |
| achterovervielen | subordinate-clause, verleden tijd | achterovervallen |
| val achterover | gebiedende wijs | achterovervallen |
| valle achterover | woordvorm | achterovervallen |
| vallen achterover | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | achterovervallen |
| valt achterover | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | achterovervallen |
| viel achterover | verleden tijd | achterovervallen |
| vielen achterover | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | achterovervallen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van achterovervallen zijn vastgelegd.