achteroverleunen
werkwoordBetekenis
- naar achteren leunen
- geen actie ondernemen, werkeloos toezien
werkwoord
- geen actie ondernemen, lijdzaam/werkeloos toezien figuratively, intransitive
Vervoeging van achteroverleunen
achteroverleunenhele werkwoord — leunde achteroververleden tijd enkelvoud — leunden achteroververleden tijd meervoud — achterovergeleundvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | leun achterover | leunde achterover |
| jij | leunt achterover | leunde achterover |
| hij, zij, het | leunt achterover | leunde achterover |
| wij | leunen achterover | leunden achterover |
| jullie | leunen achterover | leunden achterover |
| zij | leunen achterover | leunden achterover |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| achterover te leunen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| achterover te zullen leunen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| achterover zal leunen | bijzin, toekomende tijd |
| achterover zou leunen | bijzin, voorwaardelijk |
| achterover zouden leunen | bijzin, voorwaardelijk |
| achterover zoudt leunen | bijzin, voorwaardelijk |
| achterover zullen leunen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| achterover zullen leunen | bijzin, toekomende tijd |
| achterover zult leunen | bijzin, toekomende tijd |
| achterovergeleund | verleden tijd, deelwoord |
| achterovergeleund te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| achterovergeleund zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| achteroverleun | bijzin, tegenwoordige tijd |
| achteroverleunde | bijzin, verleden tijd |
| achteroverleunden | bijzin, verleden tijd |
| achteroverleunend | onvoltooid, deelwoord |
| achteroverleunt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| had achterovergeleund | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had achterovergeleund | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had achterovergeleund | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden achterovergeleund | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden achterovergeleund | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden achterovergeleund | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt achterovergeleund | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb achterovergeleund | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben achterovergeleund | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben achterovergeleund | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben achterovergeleund | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben achterovergeleund | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt achterovergeleund | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft achterovergeleund | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft achterovergeleund | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| leun achterover | gebiedende wijs |
| leunde achterover | verleden tijd |
| te hebben achterovergeleund | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen achteroverleunen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal achterovergeleund hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal achterovergeleund hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal achterovergeleund hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal achteroverleunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal achteroverleunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal achteroverleunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal achteroverleunen | bijzin, toekomende tijd |
| zou achterovergeleund hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou achterovergeleund hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou achterovergeleund hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou achteroverleunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou achteroverleunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou achteroverleunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou achteroverleunen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) achteroverleunen achterover zou(dt) leunen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden achterovergeleund hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden achterovergeleund hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden achterovergeleund hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden achteroverleunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden achteroverleunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden achteroverleunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden achteroverleunen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt achterovergeleund hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt achteroverleunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt achteroverleunen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen achterovergeleund hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen achterovergeleund hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen achterovergeleund hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen achteroverleunen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen achteroverleunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen achteroverleunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen achteroverleunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen achteroverleunen | bijzin, toekomende tijd |
| zult achterovergeleund hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult achteroverleunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult achteroverleunen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal achteroverleunen achterover zult/zal leunen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van achterover bw en leunen ww
Woordfamilie van achteroverleunen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| achterovergeleund | voltooid deelwoord | achteroverleunen |
| achterovergeleunde | woordvorm | achteroverleunen |
| achteroverleun | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | achteroverleunen |
| achteroverleunde | subordinate-clause, verleden tijd | achteroverleunen |
| achteroverleunden | subordinate-clause, verleden tijd | achteroverleunen |
| achteroverleune | with-subordinate-clause | achteroverleunen |
| achteroverleunend | onvoltooid deelwoord | achteroverleunen |
| achteroverleunende | woordvorm | achteroverleunen |
| achteroverleunt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | achteroverleunen |
| leun achterover | gebiedende wijs | achteroverleunen |
| leunde achterover | verleden tijd | achteroverleunen |
| leunden achterover | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | achteroverleunen |
| leune achterover | woordvorm | achteroverleunen |
| leunen achterover | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | achteroverleunen |
| leunt achterover | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | achteroverleunen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van achteroverleunen zijn vastgelegd.