acclimatiseren
werkwoordBetekenis
- aan een andere omgeving wennen
Vervoeging van acclimatiseren
acclimatiserenhele werkwoord — acclimatiseerdeverleden tijd enkelvoud — acclimatiseerdenverleden tijd meervoud — geacclimatiseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | acclimatiseer | acclimatiseerde |
| jij | acclimatiseert | acclimatiseerde |
| hij, zij, het | acclimatiseert | acclimatiseerde |
| wij | acclimatiseren | acclimatiseerden |
| jullie | acclimatiseren | acclimatiseerden |
| zij | acclimatiseren | acclimatiseerden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| acclimatiseer | gebiedende wijs |
| acclimatiseerde | verleden tijd |
| acclimatisere | aanvoegende wijs |
| acclimatiserend | onvoltooid, deelwoord |
| ben geacclimatiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geacclimatiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| geacclimatiseerd | verleden tijd, deelwoord |
| geacclimatiseerd te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geacclimatiseerd zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is geacclimatiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geacclimatiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te acclimatiseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn geacclimatiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen acclimatiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geacclimatiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geacclimatiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geacclimatiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geacclimatiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geacclimatiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geacclimatiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geacclimatiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal acclimatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal acclimatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal acclimatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geacclimatiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geacclimatiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geacclimatiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geacclimatiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn geacclimatiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geacclimatiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geacclimatiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geacclimatiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou acclimatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou acclimatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou acclimatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geacclimatiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geacclimatiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geacclimatiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden acclimatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden acclimatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden acclimatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geacclimatiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geacclimatiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geacclimatiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt acclimatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geacclimatiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen acclimatiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen acclimatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen acclimatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen acclimatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geacclimatiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geacclimatiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geacclimatiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult acclimatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geacclimatiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘aan een ander klimaat gewennen’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van acclimatiseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| acclimatiseer | gebiedende wijs | acclimatiseren |
| acclimatiseerde | verleden tijd | acclimatiseren |
| acclimatiseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | acclimatiseren |
| acclimatiseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | acclimatiseren |
| acclimatisere | aanvoegende wijs | acclimatiseren |
| acclimatiserend | onvoltooid deelwoord | acclimatiseren |
| acclimatiserende | woordvorm | acclimatiseren |
| geacclimatiseerd | voltooid deelwoord | acclimatiseren |
| geacclimatiseerde | woordvorm | acclimatiseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van acclimatiseren zijn vastgelegd.