aanzoeken
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- een aanzoek doen
werkwoord
- aanvragen transitive
- uitnodigen transitive
- vragen formal, transitive
Vervoeging van aanzoeken
aanzoekenhele werkwoord — zocht aanverleden tijd enkelvoud — zochten aanverleden tijd meervoud — aangezochtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zoek aan | zocht aan |
| jij | zoekt aan | zocht aan |
| hij, zij, het | zoekt aan | zocht aan |
| wij | zoeken aan | zochten aan |
| jullie | zoeken aan | zochten aan |
| zij | zoeken aan | zochten aan |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aan te zoeken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen zoeken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal zoeken | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou zoeken | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden zoeken | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt zoeken | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen zoeken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen zoeken | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult zoeken | bijzin, toekomende tijd |
| aangezocht | verleden tijd, deelwoord |
| aangezocht te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangezocht te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangezocht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangezocht te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangezocht te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangezocht worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangezocht zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangezocht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangezocht zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangezocht zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aanzocht | bijzin, verleden tijd |
| aanzochten | bijzin, verleden tijd |
| aanzoek | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanzoekend | onvoltooid, deelwoord |
| aanzoekt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ben aangezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aangezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is aangezocht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangezocht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangezocht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangezocht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangezocht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangezocht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangezocht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangezocht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangezocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangezocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangezocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangezocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangezocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangezocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangezocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangezocht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is aangezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aangezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben aangezocht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aanzoeken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart aangezocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangezocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aangezocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangezocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aangezocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aangezocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aangezocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd aangezocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd aangezocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd aangezocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden aangezocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden aangezocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden aangezocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt aangezocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word aangezocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden aangezocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden aangezocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden aangezocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt aangezocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt aangezocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aangezocht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangezocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangezocht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal aangezocht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangezocht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aanzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aanzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aanzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aanzoeken | bijzin, toekomende tijd |
| zijn aangezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aangezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aangezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aangezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zocht aan | verleden tijd |
| zoek aan | gebiedende wijs |
| zou aangezocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangezocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangezocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou aangezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangezocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangezocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangezocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aanzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aanzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aanzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aanzoeken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aanzoeken aan zou(dt) zoeken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangezocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangezocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangezocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangezocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangezocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangezocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aanzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aanzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aanzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aanzoeken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangezocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangezocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aanzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aanzoeken | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen aangezocht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangezocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangezocht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aangezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aangezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangezocht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangezocht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangezocht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aanzoeken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aanzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aanzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aanzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aanzoeken | bijzin, toekomende tijd |
| zult aangezocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord aanzoek
Herkomst
samenstelling van aan vz en zoeken ww
Woordfamilie van aanzoeken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aangezocht | voltooid deelwoord | aanzoeken |
| aangezochte | woordvorm | aanzoeken |
| aanzocht | subordinate-clause, verleden tijd | aanzoeken |
| aanzochten | subordinate-clause, verleden tijd | aanzoeken |
| aanzoeke | with-subordinate-clause | aanzoeken |
| aanzoekend | onvoltooid deelwoord | aanzoeken |
| aanzoekende | woordvorm | aanzoeken |
| aanzoekt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanzoeken |
| zocht aan | verleden tijd | aanzoeken |
| zochten aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aanzoeken |
| zoek aan | gebiedende wijs | aanzoeken |
| zoeke aan | woordvorm | aanzoeken |
| zoeken aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aanzoeken |
| zoekt aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aanzoeken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanzoeken zijn vastgelegd.