Naar de inhoud

aanzetten

~ tegen tegen iets plaatsen

aanzetten is meer dan één woord

aanzetten

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. ~ tegen tegen iets plaatsen
  2. op een kier zetten
  3. vastmaken
  4. scherpen zonder materiaal te verwijderen
  5. ~ tot aansporen, op gang zetten
  6. een korst afzetten, vast gaan zitten aan een pan
  7. accentueren
  8. activeren, in gang zetten, van stroom voorzien, opstarten
  9. verhitten en bruin laten worden van ingrediënten
  10. komen, verschijnen

Vervoeging van aanzetten

aanzettenhele werkwoord — zette aanverleden tijd enkelvoud — zetten aanverleden tijd meervoud — aangezetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zet aan zette aan
jij zet aan zette aan
hij, zij, het zet aan zette aan
wij zetten aan zetten aan
jullie zetten aan zetten aan
zij zetten aan zetten aan
Alle 80 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
aan te zetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal zetten bijzin, toekomende tijd
aan zou zetten bijzin, voorwaardelijk
aan zouden zetten bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt zetten bijzin, voorwaardelijk
aan zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen zetten bijzin, toekomende tijd
aan zult zetten bijzin, toekomende tijd
aangezet verleden tijd, deelwoord
aangezet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangezet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanzet bijzin, tegenwoordige tijd
aanzette bijzin, verleden tijd
aanzettend onvoltooid, deelwoord
er is aangezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangezet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangezet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangezet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangezet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangezet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangezet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben aangezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal aangezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanzetten bijzin, toekomende tijd
zet aan gebiedende wijs
zette aan verleden tijd
zou aangezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanzetten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanzetten aan zou(dt) zetten bijzin, voorwaardelijk
zouden aangezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanzetten bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanzetten bijzin, voorwaardelijk
zullen aangezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanzetten bijzin, toekomende tijd
zult aangezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult aanzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult aanzetten bijzin, toekomende tijd
zult/zal aanzetten aan zult/zal zetten bijzin, toekomende tijd

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord aanzet

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van aanzetten

Vervoeging van aanzetten

aanzettenhele werkwoord

Herkomst

[1-7] samenstelling van aan vz en zetten ww

Woordfamilie van aanzetten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aanzette subordinate-clause, verleden tijd aanzetten
aanzettend onvoltooid deelwoord aanzetten
aanzettende woordvorm aanzetten
zet aan gebiedende wijs aanzetten
zette aan verleden tijd aanzetten
zetten aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanzetten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanzetten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over aanzetten

Wat betekent aanzetten?
Aanzetten is een werkwoord. Het woord betekent: ~ tegen tegen iets plaatsen. Deze pagina beschrijft 10 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je aanzetten?
Je vervoegt aanzetten als volgt: het voltooid deelwoord is aangezet. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanzetten is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. Z 4
  5. E 1
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanzetten levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. Z 5
  5. E 1
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanzetten in het kort

aanzetten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 10 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van aanzetten zijn 49 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort aanzetten bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

aanzetten: ~ tegen tegen iets plaatsen
Deel aanzetten — standaardnederlands.nl