Naar de inhoud

aanwijzen

door wijzen tonen

aanwijzen

werkwoord ˈaɱwɛizə(n)

Betekenis

  1. door wijzen tonen
  2. tonen
  3. aanstellen

Hoe spreek je aanwijzen uit?

/ˈamwɛizən/

Aanwijzen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈamwɛizən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
m maan
w quiz
ɛi trein
z zon
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aanwijzen

aanwijzenhele werkwoord — wees aanverleden tijd enkelvoud — wezen aanverleden tijd meervoud — aangewezenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik wijs aan wees aan
jij wijst aan wees aan
hij, zij, het wijst aan wees aan
wij wijzen aan wezen aan
jullie wijzen aan wezen aan
zij wijzen aan wezen aan
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te wijzen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen wijzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal wijzen bijzin, toekomende tijd
aan zou wijzen bijzin, voorwaardelijk
aan zouden wijzen bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt wijzen bijzin, voorwaardelijk
aan zullen wijzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen wijzen bijzin, toekomende tijd
aan zult wijzen bijzin, toekomende tijd
aangewezen verleden tijd, deelwoord
aangewezen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangewezen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangewezen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangewezen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangewezen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangewezen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangewezen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangewezen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangewezen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangewezen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanwees bijzin, verleden tijd
aanwezen bijzin, verleden tijd
aanwijs bijzin, tegenwoordige tijd
aanwijst bijzin, tegenwoordige tijd
aanwijzend onvoltooid, deelwoord
ben aangewezen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangewezen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangewezen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangewezen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangewezen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangewezen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangewezen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangewezen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangewezen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangewezen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangewezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangewezen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangewezen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangewezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangewezen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangewezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangewezen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangewezen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangewezen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangewezen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangewezen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangewezen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben aangewezen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanwijzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangewezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangewezen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangewezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangewezen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangewezen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangewezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangewezen voltooid, verleden tijd, derde persoon
wees aan verleden tijd
werd aangewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
wijs aan gebiedende wijs
word aangewezen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangewezen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangewezen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangewezen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangewezen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangewezen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangewezen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangewezen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangewezen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangewezen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangewezen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangewezen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangewezen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanwijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanwijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanwijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanwijzen bijzin, toekomende tijd
zijn aangewezen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangewezen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanwijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanwijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanwijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanwijzen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanwijzen aan zou(dt) wijzen bijzin, voorwaardelijk
zouden aangewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanwijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanwijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanwijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanwijzen bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanwijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanwijzen bijzin, voorwaardelijk
zullen aangewezen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangewezen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangewezen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangewezen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangewezen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangewezen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangewezen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangewezen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangewezen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanwijzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanwijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanwijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanwijzen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanwijzen bijzin, toekomende tijd
zult aangewezen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van aan en wijzen

Woordfamilie van aanwijzen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aanwees subordinate-clause, verleden tijd aanwijzen
aanwijs subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanwijzen
aanwijst subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanwijzen
aanwijze with-subordinate-clause aanwijzen
wees aan verleden tijd aanwijzen
wezen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanwijzen
wijs aan gebiedende wijs aanwijzen
wijst aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanwijzen
wijze aan woordvorm aanwijzen
wijzen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanwijzen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanwijzen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over aanwijzen

Hoe spreek je aanwijzen uit?
De uitspraak van aanwijzen is: /ˈaɱwɛizə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent aanwijzen?
Aanwijzen is een werkwoord. Het woord betekent: door wijzen tonen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je aanwijzen?
Je vervoegt aanwijzen als volgt: het voltooid deelwoord is aangewezen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanwijzen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. W 5
  5. I 1
  6. J 4
  7. Z 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanwijzen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. W 5
  5. I 2
  6. J 4
  7. Z 5
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 zonder bonus
  11. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanwijzen in het kort

aanwijzen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van aanwijzen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort aanwijzen bij een woordfamilie van 10 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

aanwijzen: door wijzen tonen
Deel aanwijzen — standaardnederlands.nl