aanwerven
werkwoord ˈaɱwɛrvə(n)Betekenis
- in dienst nemen
- (leden) winnen
Hoe spreek je aanwerven uit?
/ˈamwɛrvən/
Aanwerven bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| m | maan |
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| v | vis |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- winnen transitive
Vervoeging van aanwerven
aanwervenhele werkwoord — wierf aanverleden tijd enkelvoud — wierven aanverleden tijd meervoud — aangeworvenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | werf aan | wierf aan |
| jij | werft aan | wierf aan |
| hij, zij, het | werft aan | wierf aan |
| wij | werven aan | wierven aan |
| jullie | werven aan | wierven aan |
| zij | werven aan | wierven aan |
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aan te werven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen werven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal werven | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou werven | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden werven | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt werven | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen werven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen werven | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult werven | bijzin, toekomende tijd |
| aangeworven | verleden tijd, deelwoord |
| aangeworven te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangeworven te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangeworven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangeworven te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangeworven te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangeworven worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangeworven zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangeworven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangeworven zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangeworven zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aanwerf | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanwerft | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanwervend | onvoltooid, deelwoord |
| aanwierf | bijzin, verleden tijd |
| aanwierft | bijzin, verleden tijd |
| aanwierven | bijzin, verleden tijd |
| ben aangeworven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aangeworven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is aangeworven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangeworven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangeworven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangeworven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangeworven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangeworven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangeworven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangeworven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangeworven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangeworven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangeworven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangeworven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangeworven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangeworven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangeworven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangeworven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangeworven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangeworven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangeworven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangeworven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangeworven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangeworven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangeworven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is aangeworven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aangeworven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben aangeworven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aanwerven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart aangeworven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangeworven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aangeworven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangeworven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aangeworven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aangeworven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aangeworven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd aangeworven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd aangeworven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd aangeworven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden aangeworven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden aangeworven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden aangeworven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt aangeworven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werf aan | gebiedende wijs |
| wierf aan | verleden tijd |
| word aangeworven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden aangeworven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden aangeworven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden aangeworven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt aangeworven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt aangeworven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aangeworven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangeworven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangeworven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangeworven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangeworven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal aangeworven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangeworven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aanwerven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aanwerven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aanwerven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aanwerven | bijzin, toekomende tijd |
| zijn aangeworven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aangeworven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aangeworven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aangeworven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou aangeworven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangeworven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangeworven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangeworven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangeworven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou aangeworven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangeworven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangeworven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangeworven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aanwerven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aanwerven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aanwerven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aanwerven | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aanwerven aan zou(dt) werven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangeworven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangeworven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangeworven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangeworven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangeworven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangeworven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangeworven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangeworven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangeworven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aanwerven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aanwerven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aanwerven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aanwerven | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangeworven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangeworven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangeworven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aanwerven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aanwerven | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen aangeworven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangeworven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangeworven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangeworven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aangeworven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aangeworven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangeworven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangeworven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangeworven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aanwerven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aanwerven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aanwerven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aanwerven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aanwerven | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van aan vz en werven ww
Woordfamilie van aanwerven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aangeworven | voltooid deelwoord | aanwerven |
| aanwerf | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanwerven |
| aanwerft | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanwerven |
| aanwerve | with-subordinate-clause | aanwerven |
| aanwervend | onvoltooid deelwoord | aanwerven |
| aanwervende | woordvorm | aanwerven |
| aanwierf | subordinate-clause, verleden tijd | aanwerven |
| aanwierven | subordinate-clause, verleden tijd | aanwerven |
| werf aan | gebiedende wijs | aanwerven |
| werft aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aanwerven |
| werve aan | woordvorm | aanwerven |
| werven aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aanwerven |
| wierf aan | verleden tijd | aanwerven |
| wierven aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aanwerven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanwerven zijn vastgelegd.