Naar de inhoud

aanwakkeren

aansporen

aanwakkeren

werkwoord ˈaɱwɑkərə(n)

Betekenis

  1. aansporen
  2. sterker worden
  3. groter maken

Hoe spreek je aanwakkeren uit?

/ˈamwɑkərən/

Aanwakkeren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈamwɑkərən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
m maan
w quiz
ɑ bad
k kat
ə de
r rood
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aanwakkeren

aanwakkerenhele werkwoord — wakkerde aanverleden tijd enkelvoud — wakkerden aanverleden tijd meervoud — aangewakkerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik wakker aan wakkerde aan
jij wakkert aan wakkerde aan
hij, zij, het wakkert aan wakkerde aan
wij wakkeren aan wakkerden aan
jullie wakkeren aan wakkerden aan
zij wakkeren aan wakkerden aan
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te wakkeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen wakkeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal wakkeren bijzin, toekomende tijd
aan zou wakkeren bijzin, voorwaardelijk
aan zouden wakkeren bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt wakkeren bijzin, voorwaardelijk
aan zullen wakkeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen wakkeren bijzin, toekomende tijd
aan zult wakkeren bijzin, toekomende tijd
aangewakkerd verleden tijd, deelwoord
aangewakkerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangewakkerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangewakkerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangewakkerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangewakkerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangewakkerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangewakkerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangewakkerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangewakkerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangewakkerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanwakker bijzin, tegenwoordige tijd
aanwakkerde bijzin, verleden tijd
aanwakkerden bijzin, verleden tijd
aanwakkerend onvoltooid, deelwoord
aanwakkert bijzin, tegenwoordige tijd
ben aangewakkerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangewakkerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangewakkerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangewakkerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangewakkerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangewakkerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangewakkerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangewakkerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangewakkerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangewakkerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangewakkerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangewakkerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangewakkerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangewakkerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangewakkerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangewakkerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangewakkerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangewakkerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangewakkerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangewakkerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangewakkerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangewakkerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangewakkerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangewakkerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangewakkerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangewakkerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangewakkerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben aangewakkerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanwakkeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangewakkerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
wakker aan gebiedende wijs
wakkerde aan verleden tijd
waren aangewakkerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangewakkerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangewakkerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangewakkerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangewakkerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangewakkerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangewakkerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangewakkerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangewakkerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangewakkerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangewakkerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangewakkerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangewakkerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangewakkerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangewakkerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangewakkerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangewakkerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangewakkerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangewakkerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangewakkerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangewakkerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangewakkerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangewakkerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangewakkerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangewakkerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangewakkerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanwakkeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanwakkeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanwakkeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanwakkeren bijzin, toekomende tijd
zijn aangewakkerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangewakkerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangewakkerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangewakkerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangewakkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangewakkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangewakkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangewakkerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangewakkerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangewakkerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangewakkerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangewakkerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangewakkerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanwakkeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanwakkeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanwakkeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanwakkeren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanwakkeren aan zou(dt) wakkeren bijzin, voorwaardelijk
zouden aangewakkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangewakkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangewakkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangewakkerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangewakkerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangewakkerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangewakkerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangewakkerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangewakkerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanwakkeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanwakkeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanwakkeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanwakkeren bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangewakkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangewakkerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangewakkerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanwakkeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanwakkeren bijzin, voorwaardelijk
zullen aangewakkerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangewakkerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangewakkerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangewakkerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangewakkerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangewakkerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangewakkerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangewakkerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangewakkerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanwakkeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanwakkeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanwakkeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanwakkeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanwakkeren bijzin, toekomende tijd
zult aangewakkerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van aan vz en wakkeren ww

Woordfamilie van aanwakkeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aanwakker subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanwakkeren
aanwakkerde subordinate-clause, verleden tijd aanwakkeren
aanwakkerden subordinate-clause, verleden tijd aanwakkeren
aanwakkere with-subordinate-clause aanwakkeren
aanwakkerend onvoltooid deelwoord aanwakkeren
aanwakkerende woordvorm aanwakkeren
aanwakkert subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanwakkeren
wakker aan gebiedende wijs aanwakkeren
wakkerde aan verleden tijd aanwakkeren
wakkerden aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanwakkeren
wakkere aan woordvorm aanwakkeren
wakkeren aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanwakkeren
wakkert aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanwakkeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanwakkeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aanwakkeren

Hoe spreek ik aanwakkeren uit?
Zo spreek je aanwakkeren uit: /ˈaɱwɑkərə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van aanwakkeren?
Aanwakkeren is een werkwoord. De betekenis is: aansporen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik aanwakkeren?
Zo vervoeg je aanwakkeren zo: het voltooid deelwoord is aangewakkerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanwakkeren is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. W 5
  5. A 1
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanwakkeren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. W 5
  5. A 1
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 zonder bonus
  13. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanwakkeren in het kort

aanwakkeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van aanwakkeren staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aanwakkeren bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aanwakkeren: aansporen
Deel aanwakkeren — standaardnederlands.nl