Naar de inhoud

aanvreten

beschadigd door vraat

aanvreten

werkwoord ˈaɱvrɛtə(n)

Betekenis

  1. beschadigd door vraat
  2. beschadigd door chemische aantasting

Hoe spreek je aanvreten uit?

/ˈamvrɛtən/

Aanvreten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈamvrɛtən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
m maan
v vis
r rood
ɛ bed
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aanvreten

aanvretenhele werkwoord — vrat aanverleden tijd enkelvoud — vraten aanverleden tijd meervoud — aangevretenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vreet aan vrat aan
jij vreet aan vrat aan
hij, zij, het vreet aan vrat aan
wij vreten aan vraten aan
jullie vreten aan vraten aan
zij vreten aan vraten aan
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te vreten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen vreten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal vreten bijzin, toekomende tijd
aan zou vreten bijzin, voorwaardelijk
aan zouden vreten bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt vreten bijzin, voorwaardelijk
aan zullen vreten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen vreten bijzin, toekomende tijd
aan zult vreten bijzin, toekomende tijd
aangevreten verleden tijd, deelwoord
aangevreten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangevreten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangevreten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangevreten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangevreten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangevreten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangevreten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangevreten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangevreten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangevreten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanvrat bijzin, verleden tijd
aanvraten bijzin, verleden tijd
aanvreet bijzin, tegenwoordige tijd
aanvretend onvoltooid, deelwoord
ben aangevreten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangevreten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangevreten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangevreten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangevreten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangevreten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangevreten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangevreten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangevreten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangevreten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangevreten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangevreten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangevreten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangevreten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangevreten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangevreten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangevreten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangevreten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangevreten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangevreten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangevreten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangevreten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangevreten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangevreten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangevreten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangevreten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangevreten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben aangevreten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanvreten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vrat aan verleden tijd
vreet aan gebiedende wijs
waart aangevreten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangevreten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangevreten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangevreten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangevreten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangevreten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangevreten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangevreten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangevreten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangevreten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangevreten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangevreten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangevreten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangevreten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangevreten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangevreten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangevreten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangevreten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangevreten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangevreten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangevreten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangevreten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangevreten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangevreten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangevreten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangevreten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangevreten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanvreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanvreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanvreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanvreten bijzin, toekomende tijd
zijn aangevreten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangevreten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangevreten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangevreten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangevreten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangevreten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangevreten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangevreten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangevreten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangevreten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangevreten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangevreten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangevreten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanvreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanvreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanvreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanvreten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanvreten aan zou(dt) vreten bijzin, voorwaardelijk
zouden aangevreten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangevreten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangevreten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangevreten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangevreten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangevreten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangevreten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangevreten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangevreten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanvreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanvreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanvreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanvreten bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangevreten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangevreten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangevreten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanvreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanvreten bijzin, voorwaardelijk
zullen aangevreten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangevreten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangevreten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangevreten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangevreten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangevreten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangevreten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangevreten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangevreten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanvreten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanvreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanvreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanvreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanvreten bijzin, toekomende tijd
zult aangevreten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult aangevreten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van aan vz en vreten ww

Woordfamilie van aanvreten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangevreten voltooid deelwoord aanvreten
aanvrat subordinate-clause, verleden tijd aanvreten
aanvraten subordinate-clause, verleden tijd aanvreten
aanvreet subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanvreten
aanvrete with-subordinate-clause aanvreten
aanvretend onvoltooid deelwoord aanvreten
aanvretende woordvorm aanvreten
vrat aan verleden tijd aanvreten
vraten aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanvreten
vreet aan gebiedende wijs aanvreten
vrete aan woordvorm aanvreten
vreten aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanvreten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanvreten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aanvreten

Hoe spreek ik aanvreten uit?
Zo spreek je aanvreten uit: /ˈaɱvrɛtə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van aanvreten?
Aanvreten is een werkwoord. De betekenis is: beschadigd door vraat. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik aanvreten?
Zo vervoeg je aanvreten zo: het voltooid deelwoord is aangevreten. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanvreten is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. V 4
  5. R 2
  6. E 1
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanvreten levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. V 4
  5. R 2
  6. E 1
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 zonder bonus
  11. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanvreten in het kort

aanvreten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van aanvreten staan er 86 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aanvreten bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aanvreten: beschadigd door vraat
Deel aanvreten — standaardnederlands.nl