Naar de inhoud

aanvatten

aanpakken

aanvatten

werkwoord ˈaɱvɑtə(n)

Betekenis

  1. aanpakken
  2. ondernemen

Hoe spreek je aanvatten uit?

/ˈamvɑtən/

Aanvatten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈamvɑtən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
m maan
v vis
ɑ bad
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aanvatten

aanvattenhele werkwoord — vatte aanverleden tijd enkelvoud — vatten aanverleden tijd meervoud — aangevatvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vat aan vatte aan
jij vat aan vatte aan
hij, zij, het vat aan vatte aan
wij vatten aan vatten aan
jullie vatten aan vatten aan
zij vatten aan vatten aan
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te vatten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen vatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal vatten bijzin, toekomende tijd
aan zou vatten bijzin, voorwaardelijk
aan zouden vatten bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt vatten bijzin, voorwaardelijk
aan zullen vatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen vatten bijzin, toekomende tijd
aan zult vatten bijzin, toekomende tijd
aangevat verleden tijd, deelwoord
aangevat te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangevat te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangevat te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangevat te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangevat te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangevat worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangevat zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangevat zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangevat zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangevat zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanvat bijzin, tegenwoordige tijd
aanvatte bijzin, verleden tijd
aanvattend onvoltooid, deelwoord
ben aangevat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangevat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangevat impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangevat impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangevat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangevat worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangevat zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangevat worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangevat zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangevat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangevat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangevat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangevat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangevat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangevat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangevat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangevat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangevat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangevat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben aangevat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanvatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vat aan gebiedende wijs
vatte aan verleden tijd
waart aangevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangevat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangevat voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangevat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangevat voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangevat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangevat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangevat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangevat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangevat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangevat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangevat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangevat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangevat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangevat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangevat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangevat zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangevat zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanvatten bijzin, toekomende tijd
zijn aangevat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangevat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangevat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangevat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangevat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangevat zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangevat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangevat zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanvatten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanvatten aan zou(dt) vatten bijzin, voorwaardelijk
zouden aangevat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangevat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangevat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangevat zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangevat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangevat zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanvatten bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangevat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangevat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanvatten bijzin, voorwaardelijk
zullen aangevat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangevat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangevat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangevat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangevat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangevat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangevat zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangevat zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangevat zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanvatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanvatten bijzin, toekomende tijd
zult aangevat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult aangevat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult aangevat zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van aanvatten

Vervoeging van aanvatten

aanvattenhele werkwoord — vatte aanverleden tijd enkelvoud — vatten aanverleden tijd meervoud — aangevatvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vat aan vatte aan
jij vat aan vatte aan
hij, zij, het vat aan vatte aan
wij vatten aan vatten aan
jullie vatten aan vatten aan
zij vatten aan vatten aan
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te vatten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen vatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal vatten bijzin, toekomende tijd
aan zou vatten bijzin, voorwaardelijk
aan zouden vatten bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt vatten bijzin, voorwaardelijk
aan zullen vatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen vatten bijzin, toekomende tijd
aan zult vatten bijzin, toekomende tijd
aangevat verleden tijd, deelwoord
aangevat te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangevat te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangevat te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangevat te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangevat te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangevat worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangevat zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangevat zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangevat zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangevat zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanvat bijzin, tegenwoordige tijd
aanvatte bijzin, verleden tijd
aanvattend onvoltooid, deelwoord
ben aangevat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangevat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangevat impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangevat impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangevat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangevat worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangevat zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangevat worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangevat zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangevat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangevat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangevat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangevat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangevat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangevat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangevat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangevat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangevat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangevat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben aangevat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanvatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vat aan gebiedende wijs
vatte aan verleden tijd
waart aangevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangevat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangevat voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangevat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangevat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangevat voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangevat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangevat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangevat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangevat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangevat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangevat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangevat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangevat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangevat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangevat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangevat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangevat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangevat zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangevat zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanvatten bijzin, toekomende tijd
zijn aangevat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangevat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangevat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangevat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangevat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangevat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangevat zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangevat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangevat zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanvatten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanvatten aan zou(dt) vatten bijzin, voorwaardelijk
zouden aangevat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangevat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangevat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangevat zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangevat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangevat zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanvatten bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangevat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangevat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangevat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanvatten bijzin, voorwaardelijk
zullen aangevat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangevat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangevat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangevat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangevat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangevat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangevat zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangevat zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangevat zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanvatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanvatten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanvatten bijzin, toekomende tijd
zult aangevat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult aangevat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult aangevat zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van aan vz en vatten ww

Woordfamilie van aanvatten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangevat voltooid deelwoord aanvatten
aangevatte woordvorm aanvatten
aanvat subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanvatten
aanvatte subordinate-clause, verleden tijd aanvatten
aanvattend onvoltooid deelwoord aanvatten
aanvattende woordvorm aanvatten
vat aan gebiedende wijs aanvatten
vatte aan verleden tijd aanvatten
vatten aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanvatten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanvatten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over aanvatten

Hoe spreek je aanvatten uit?
De uitspraak van aanvatten is: /ˈaɱvɑtə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent aanvatten?
Aanvatten is een werkwoord. Het woord betekent: aanpakken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je aanvatten?
Je vervoegt aanvatten als volgt: het voltooid deelwoord is aangevat. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanvatten is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. V 4
  5. A 1
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanvatten levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. V 4
  5. A 1
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 zonder bonus
  11. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanvatten in het kort

aanvatten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van aanvatten zijn 84 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort aanvatten bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

aanvatten: aanpakken
Deel aanvatten — standaardnederlands.nl