Naar de inhoud

aanvangen

beginnen, starten

aanvangen

werkwoord ˈaɱvɑŋə(n)

Betekenis

  1. beginnen, starten

Hoe spreek je aanvangen uit?

/ˈamvɑŋən/

Aanvangen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈamvɑŋən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
m maan
v vis
ɑ bad
ŋ ding
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. starten transitive

Vervoeging van aanvangen

aanvangenhele werkwoord — ving aanverleden tijd enkelvoud — vingen aanverleden tijd meervoud — aangevangenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vang aan ving aan
jij vangt aan ving aan
hij, zij, het vangt aan ving aan
wij vangen aan vingen aan
jullie vangen aan vingen aan
zij vangen aan vingen aan
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te vangen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen vangen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal vangen bijzin, toekomende tijd
aan zou vangen bijzin, voorwaardelijk
aan zouden vangen bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt vangen bijzin, voorwaardelijk
aan zullen vangen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen vangen bijzin, toekomende tijd
aan zult vangen bijzin, toekomende tijd
aangevangen verleden tijd, deelwoord
aangevangen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangevangen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangevangen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangevangen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangevangen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangevangen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangevangen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangevangen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangevangen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangevangen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanvang bijzin, tegenwoordige tijd
aanvangend onvoltooid, deelwoord
aanvangt bijzin, tegenwoordige tijd
aanving bijzin, verleden tijd
aanvingen bijzin, verleden tijd
ben aangevangen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangevangen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangevangen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangevangen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangevangen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangevangen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangevangen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangevangen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangevangen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangevangen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangevangen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangevangen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangevangen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangevangen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangevangen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangevangen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangevangen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangevangen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangevangen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangevangen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangevangen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangevangen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangevangen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangevangen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangevangen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangevangen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangevangen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben aangevangen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanvangen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vang aan gebiedende wijs
ving aan verleden tijd
waart aangevangen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangevangen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangevangen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangevangen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangevangen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangevangen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangevangen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangevangen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangevangen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangevangen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangevangen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangevangen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangevangen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangevangen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangevangen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangevangen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangevangen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangevangen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangevangen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangevangen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangevangen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangevangen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangevangen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangevangen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangevangen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangevangen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangevangen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanvangen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanvangen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanvangen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanvangen bijzin, toekomende tijd
zijn aangevangen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangevangen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangevangen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangevangen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangevangen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangevangen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangevangen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangevangen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangevangen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangevangen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangevangen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangevangen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangevangen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanvangen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanvangen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanvangen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanvangen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanvangen aan zou(dt) vangen bijzin, voorwaardelijk
zouden aangevangen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangevangen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangevangen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangevangen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangevangen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangevangen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangevangen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangevangen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangevangen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanvangen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanvangen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanvangen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanvangen bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangevangen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangevangen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangevangen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanvangen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanvangen bijzin, voorwaardelijk
zullen aangevangen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangevangen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangevangen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangevangen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangevangen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangevangen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangevangen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangevangen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangevangen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanvangen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanvangen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanvangen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanvangen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanvangen bijzin, toekomende tijd
zult aangevangen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘beginnen’ voor het eerst aangetroffen in 1350

Woordfamilie van aanvangen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangevangen voltooid deelwoord aanvangen
aanvange with-subordinate-clause aanvangen
aanvangend onvoltooid deelwoord aanvangen
aanvangende woordvorm aanvangen
aanvangt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanvangen
aanving subordinate-clause, verleden tijd aanvangen
aanvingen subordinate-clause, verleden tijd aanvangen
vang aan gebiedende wijs aanvangen
vange aan woordvorm aanvangen
vangen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanvangen
vangt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanvangen
ving aan verleden tijd aanvangen
vingen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanvangen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanvangen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over aanvangen

Hoe spreek je aanvangen uit?
De uitspraak van aanvangen is: /ˈaɱvɑŋə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent aanvangen?
Aanvangen is een werkwoord. Het woord betekent: beginnen, starten. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je aanvangen?
Je vervoegt aanvangen als volgt: het voltooid deelwoord is aangevangen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanvangen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. V 4
  5. A 1
  6. N 1
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanvangen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. V 4
  5. A 1
  6. N 1
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 zonder bonus
  11. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanvangen in het kort

aanvangen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van aanvangen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort aanvangen bij een woordfamilie van 13 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

aanvangen: beginnen, starten
Deel aanvangen — standaardnederlands.nl