aanvankelijk
bijvoeglijk naamwoord, bijwoord aɱˈvɑŋkələkBetekenis
- in het begin, oorspronkelijk
- in het begin
Hoe spreek je aanvankelijk uit?
/amˈvɑŋkələk/
Aanvankelijk bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| m | maan |
| v | vis |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aanvankelijke | verbogen, stellende trap |
| aanvankelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| aanvankelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| aanvankelijkers | partitief, vergrotende trap |
| aanvankelijks | partitief, stellende trap |
| aanvankelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| aanvankelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘bijwoord van tijd: in het begin’ voor het eerst aangetroffen in 1784
Woordfamilie van aanvankelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aanvankelijke | verbogen vorm | aanvankelijk |
| aanvankelijker | vergrotende trap | aanvankelijk |
| aanvankelijkere | verbogen vergrotende trap | aanvankelijk |
| aanvankelijkers | partitieve vergrotende trap | aanvankelijk |
| aanvankelijks | partitive, positive | aanvankelijk |
| aanvankelijkst | uninflected, superlative | aanvankelijk |
| aanvankelijkste | inflected, superlative | aanvankelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanvankelijk zijn vastgelegd.