Naar de inhoud

aantreden

in het gelid gaan staan

aantreden is meer dan één woord

aantreden

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈantredə(n)

Betekenis

  1. in het gelid gaan staan
  2. beginnen te werken

Hoe spreek je aantreden uit?

/ˈantredən/

Aantreden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈantredən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
t tak
r rood
e veel
d dak
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aantreden

aantredenhele werkwoord — trad aanverleden tijd enkelvoud — traden aanverleden tijd meervoud — aangetredenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik treed aan trad aan
jij treedt aan trad aan
hij, zij, het treedt aan trad aan
wij treden aan traden aan
jullie treden aan traden aan
zij treden aan traden aan
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
aan te treden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen treden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal treden bijzin, toekomende tijd
aan zou treden bijzin, voorwaardelijk
aan zouden treden bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt treden bijzin, voorwaardelijk
aan zullen treden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen treden bijzin, toekomende tijd
aan zult treden bijzin, toekomende tijd
aangetreden verleden tijd, deelwoord
aangetreden te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangetreden zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aantrad bijzin, verleden tijd
aantraden bijzin, verleden tijd
aantredend onvoltooid, deelwoord
aantreed bijzin, tegenwoordige tijd
aantreedt bijzin, tegenwoordige tijd
ben aangetreden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangetreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is aangetreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangetreden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn aangetreden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aantreden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
trad aan verleden tijd
treed aan gebiedende wijs
waart aangetreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangetreden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangetreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangetreden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangetreden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangetreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangetreden voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal aangetreden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangetreden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangetreden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aantreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aantreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aantreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aantreden bijzin, toekomende tijd
zijn aangetreden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn aangetreden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangetreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangetreden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangetreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangetreden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangetreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangetreden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aantreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aantreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aantreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aantreden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aantreden aan zou(dt) treden bijzin, voorwaardelijk
zouden aangetreden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangetreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangetreden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aantreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aantreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aantreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aantreden bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangetreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aantreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aantreden bijzin, voorwaardelijk
zullen aangetreden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangetreden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangetreden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aantreden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aantreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aantreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aantreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aantreden bijzin, toekomende tijd
zult aangetreden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult aantreden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult aantreden bijzin, toekomende tijd
zult/zal aantreden aan zult/zal treden bijzin, toekomende tijd

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord aantree

Herkomst

samenstelling van aan vz en treden ww

Woordfamilie van aantreden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangetreden voltooid deelwoord aantreden
aantrad subordinate-clause, verleden tijd aantreden
aantraden subordinate-clause, verleden tijd aantreden
aantrede with-subordinate-clause aantreden
aantredend onvoltooid deelwoord aantreden
aantredende woordvorm aantreden
aantreed subordinate-clause, tegenwoordige tijd aantreden
aantreedt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aantreden
trad aan verleden tijd aantreden
traden aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aantreden
trede aan woordvorm aantreden
treden aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aantreden
treed aan gebiedende wijs aantreden
treedt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aantreden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aantreden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aantreden

Hoe spreek je aantreden uit?
De uitspraak van aantreden is: /ˈantredə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent aantreden?
Aantreden is een werkwoord. Het woord betekent: in het gelid gaan staan. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je aantreden?
Je vervoegt aantreden als volgt: het voltooid deelwoord is aangetreden. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aantreden is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. T 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aantreden levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. T 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 12 zonder bonus
  11. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (T) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aantreden in het kort

aantreden is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van aantreden zijn 46 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort aantreden bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

aantreden: in het gelid gaan staan
Deel aantreden — standaardnederlands.nl