aanstuiven
werkwoord ˈanstœyvə(n)Betekenis
- ergens op een hoop stuiven
- toesnellen als door de wind gedreven
Hoe spreek je aanstuiven uit?
/ˈanstœyvən/
Aanstuiven bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| s | sok |
| t | tak |
| œy | huis |
| v | vis |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van aanstuiven
aanstuivenhele werkwoord — stoof aanverleden tijd enkelvoud — stoven aanverleden tijd meervoud — aangestovenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | stuif aan | stoof aan |
| jij | stuift aan | stoof aan |
| hij, zij, het | stuift aan | stoof aan |
| wij | stuiven aan | stoven aan |
| jullie | stuiven aan | stoven aan |
| zij | stuiven aan | stoven aan |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aan te stuiven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen stuiven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal stuiven | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou stuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden stuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt stuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen stuiven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen stuiven | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult stuiven | bijzin, toekomende tijd |
| aangestoven | verleden tijd, deelwoord |
| aangestoven te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangestoven zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aanstoof | bijzin, verleden tijd |
| aanstoven | bijzin, verleden tijd |
| aanstuif | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanstuift | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanstuivend | onvoltooid, deelwoord |
| ben aangestoven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aangestoven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is aangestoven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aangestoven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| stoof aan | verleden tijd |
| stuif aan | gebiedende wijs |
| te zijn aangestoven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aanstuiven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart aangestoven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangestoven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aangestoven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangestoven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aangestoven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aangestoven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aangestoven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal aangestoven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangestoven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangestoven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aanstuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aanstuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aanstuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aanstuiven | bijzin, toekomende tijd |
| zijn aangestoven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn aangestoven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aangestoven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aangestoven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aangestoven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou aangestoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangestoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangestoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aanstuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aanstuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aanstuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aanstuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aanstuiven aan zou(dt) stuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangestoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangestoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangestoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aanstuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aanstuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aanstuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aanstuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangestoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aanstuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aanstuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen aangestoven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangestoven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangestoven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aanstuiven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aanstuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aanstuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aanstuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aanstuiven | bijzin, toekomende tijd |
| zult aangestoven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult aanstuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult aanstuiven | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal aanstuiven aan zult/zal stuiven | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van aan vz en stuiven ww
Woordfamilie van aanstuiven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aangestoven | voltooid deelwoord | aanstuiven |
| aanstoof | subordinate-clause, verleden tijd | aanstuiven |
| aanstoven | subordinate-clause, verleden tijd | aanstuiven |
| aanstuif | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanstuiven |
| aanstuift | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanstuiven |
| aanstuive | with-subordinate-clause | aanstuiven |
| aanstuivend | onvoltooid deelwoord | aanstuiven |
| aanstuivende | woordvorm | aanstuiven |
| stoof aan | verleden tijd | aanstuiven |
| stoven aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aanstuiven |
| stuif aan | gebiedende wijs | aanstuiven |
| stuift aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aanstuiven |
| stuive aan | woordvorm | aanstuiven |
| stuiven aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aanstuiven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanstuiven zijn vastgelegd.