Naar de inhoud

aanstichten

veroorzaken

aanstichten

werkwoord ˈanstɪxtə(n)

Betekenis

  1. veroorzaken

Hoe spreek je aanstichten uit?

/ˈanstɪxtən/

Aanstichten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈanstɪxtən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
s sok
t tak
ɪ pit
x acht
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Klinkt hetzelfde als aanstichtten.

Vervoeging van aanstichten

aanstichtenhele werkwoord — stichtte aanverleden tijd enkelvoud — stichtten aanverleden tijd meervoud — aangestichtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sticht aan stichtte aan
jij sticht aan stichtte aan
hij, zij, het sticht aan stichtte aan
wij stichten aan stichtten aan
jullie stichten aan stichtten aan
zij stichten aan stichtten aan
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te stichten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen stichten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal stichten bijzin, toekomende tijd
aan zou stichten bijzin, voorwaardelijk
aan zouden stichten bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt stichten bijzin, voorwaardelijk
aan zullen stichten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen stichten bijzin, toekomende tijd
aan zult stichten bijzin, toekomende tijd
aangesticht verleden tijd, deelwoord
aangesticht te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangesticht te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangesticht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangesticht te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangesticht te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangesticht worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangesticht zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangesticht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangesticht zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangesticht zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aansticht bijzin, tegenwoordige tijd
aanstichtend onvoltooid, deelwoord
aanstichtte bijzin, verleden tijd
aanstichtten bijzin, verleden tijd
ben aangesticht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangesticht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangesticht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangesticht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangesticht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangesticht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangesticht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangesticht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangesticht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangesticht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangesticht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangesticht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangesticht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangesticht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangesticht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangesticht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangesticht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangesticht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangesticht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangesticht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangesticht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangesticht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangesticht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangesticht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangesticht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangesticht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangesticht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sticht aan gebiedende wijs
stichtte aan verleden tijd
te hebben aangesticht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanstichten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangesticht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangesticht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangesticht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangesticht voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangesticht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangesticht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangesticht voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangesticht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangesticht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangesticht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangesticht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangesticht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangesticht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangesticht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangesticht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangesticht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangesticht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangesticht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangesticht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangesticht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangesticht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangesticht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangesticht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangesticht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangesticht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangesticht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangesticht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanstichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanstichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanstichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanstichten bijzin, toekomende tijd
zijn aangesticht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangesticht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangesticht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangesticht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangesticht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangesticht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangesticht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangesticht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangesticht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangesticht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangesticht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangesticht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangesticht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanstichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanstichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanstichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanstichten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanstichten aan zou(dt) stichten bijzin, voorwaardelijk
zouden aangesticht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangesticht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangesticht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangesticht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangesticht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangesticht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangesticht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangesticht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangesticht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanstichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanstichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanstichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanstichten bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangesticht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangesticht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangesticht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanstichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanstichten bijzin, voorwaardelijk
zullen aangesticht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangesticht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangesticht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangesticht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangesticht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangesticht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangesticht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangesticht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangesticht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanstichten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanstichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanstichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanstichten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanstichten bijzin, toekomende tijd
zult aangesticht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult aangesticht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van aan vz en stichten ww

Woordfamilie van aanstichten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangesticht voltooid deelwoord aanstichten
aangestichte woordvorm aanstichten
aansticht subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanstichten
aanstichte with-subordinate-clause aanstichten
aanstichtend onvoltooid deelwoord aanstichten
aanstichtende woordvorm aanstichten
aanstichtte subordinate-clause, verleden tijd aanstichten
aanstichtten subordinate-clause, verleden tijd aanstichten
sticht aan gebiedende wijs aanstichten
stichte aan woordvorm aanstichten
stichten aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanstichten
stichtte aan verleden tijd aanstichten
stichtten aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanstichten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanstichten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over aanstichten

Hoe spreek ik aanstichten uit?
Zo spreek je aanstichten uit: /ˈanstɪxtə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van aanstichten?
Aanstichten is een werkwoord. De betekenis is: veroorzaken.
Hoe vervoeg ik aanstichten?
Zo vervoeg je aanstichten zo: het voltooid deelwoord is aangesticht. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanstichten is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. T 2
  6. I 1
  7. C 5
  8. H 4
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanstichten levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. T 2
  6. I 2
  7. C 5
  8. H 4
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 zonder bonus
  13. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanstichten in het kort

aanstichten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van aanstichten staan er 86 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aanstichten bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aanstichten: veroorzaken
Deel aanstichten — standaardnederlands.nl