Naar de inhoud

aansterken

gaandeweg herstellen

aansterken

werkwoord ˈanstɛrkə(n)

Betekenis

  1. gaandeweg herstellen

Hoe spreek je aansterken uit?

/ˈanstɛrkən/

Aansterken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈanstɛrkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
s sok
t tak
ɛ bed
r rood
k kat
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aansterken

aansterkenhele werkwoord — sterkte aanverleden tijd enkelvoud — sterkten aanverleden tijd meervoud — aangesterktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sterk aan sterkte aan
jij sterkt aan sterkte aan
hij, zij, het sterkt aan sterkte aan
wij sterken aan sterkten aan
jullie sterken aan sterkten aan
zij sterken aan sterkten aan
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
aan te sterken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen sterken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal sterken bijzin, toekomende tijd
aan zou sterken bijzin, voorwaardelijk
aan zouden sterken bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt sterken bijzin, voorwaardelijk
aan zullen sterken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen sterken bijzin, toekomende tijd
aan zult sterken bijzin, toekomende tijd
aangesterkt verleden tijd, deelwoord
aangesterkt te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangesterkt zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aansterk bijzin, tegenwoordige tijd
aansterkend onvoltooid, deelwoord
aansterkt bijzin, tegenwoordige tijd
aansterkte bijzin, verleden tijd
aansterkten bijzin, verleden tijd
ben aangesterkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangesterkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is aangesterkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangesterkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sterk aan gebiedende wijs
sterkte aan verleden tijd
te zijn aangesterkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aansterken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangesterkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangesterkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangesterkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangesterkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangesterkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangesterkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangesterkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal aangesterkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangesterkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangesterkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aansterken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aansterken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aansterken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aansterken bijzin, toekomende tijd
zijn aangesterkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn aangesterkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangesterkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangesterkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangesterkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangesterkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangesterkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangesterkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aansterken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aansterken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aansterken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aansterken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aansterken aan zou(dt) sterken bijzin, voorwaardelijk
zouden aangesterkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangesterkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangesterkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aansterken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aansterken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aansterken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aansterken bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangesterkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aansterken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aansterken bijzin, voorwaardelijk
zullen aangesterkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangesterkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangesterkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aansterken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aansterken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aansterken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aansterken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aansterken bijzin, toekomende tijd
zult aangesterkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult aansterken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult aansterken bijzin, toekomende tijd
zult/zal aansterken aan zult/zal sterken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van aan vz en sterken ww

Woordfamilie van aansterken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangesterkt voltooid deelwoord aansterken
aangesterkte woordvorm aansterken
aansterk subordinate-clause, tegenwoordige tijd aansterken
aansterke with-subordinate-clause aansterken
aansterkend onvoltooid deelwoord aansterken
aansterkende woordvorm aansterken
aansterkt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aansterken
aansterkte subordinate-clause, verleden tijd aansterken
aansterkten subordinate-clause, verleden tijd aansterken
sterk aan gebiedende wijs aansterken
sterke aan woordvorm aansterken
sterken aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aansterken
sterkt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aansterken
sterkte aan verleden tijd aansterken
sterkten aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aansterken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aansterken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aansterken

Hoe spreek je aansterken uit?
De uitspraak van aansterken is: /ˈanstɛrkə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent aansterken?
Aansterken is een werkwoord. Het woord betekent: gaandeweg herstellen.
Hoe vervoeg je aansterken?
Je vervoegt aansterken als volgt: het voltooid deelwoord is aangesterkt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aansterken is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aansterken levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 15 zonder bonus
  12. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aansterken in het kort

aansterken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van aansterken zijn 46 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort aansterken bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

aansterken: gaandeweg herstellen
Deel aansterken — standaardnederlands.nl