Naar de inhoud

aanstaren

langdurig aankijken

aanstaren

werkwoord ˈanstarə(n)

Betekenis

  1. langdurig aankijken

Hoe spreek je aanstaren uit?

/ˈanstarən/

Aanstaren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈanstarən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
s sok
t tak
r rood
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. langdurig doordringend, aankijken transitive

Vervoeging van aanstaren

aanstarenhele werkwoord — staarde aanverleden tijd enkelvoud — staarden aanverleden tijd meervoud — aangestaardvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik staar aan staarde aan
jij staart aan staarde aan
hij, zij, het staart aan staarde aan
wij staren aan staarden aan
jullie staren aan staarden aan
zij staren aan staarden aan
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te staren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen staren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal staren bijzin, toekomende tijd
aan zou staren bijzin, voorwaardelijk
aan zouden staren bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt staren bijzin, voorwaardelijk
aan zullen staren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen staren bijzin, toekomende tijd
aan zult staren bijzin, toekomende tijd
aangestaard verleden tijd, deelwoord
aangestaard te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangestaard te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangestaard te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangestaard te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangestaard te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangestaard worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangestaard zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangestaard zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangestaard zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangestaard zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanstaar bijzin, tegenwoordige tijd
aanstaarde bijzin, verleden tijd
aanstaarden bijzin, verleden tijd
aanstaart bijzin, tegenwoordige tijd
aanstarend onvoltooid, deelwoord
ben aangestaard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangestaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangestaard impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangestaard impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangestaard impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangestaard impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangestaard worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangestaard zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangestaard worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangestaard zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangestaard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangestaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangestaard voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangestaard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangestaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangestaard voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangestaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangestaard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangestaard actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangestaard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangestaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangestaard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangestaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangestaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangestaard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangestaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangestaard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
staar aan gebiedende wijs
staarde aan verleden tijd
te hebben aangestaard actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanstaren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangestaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangestaard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangestaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangestaard voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangestaard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangestaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangestaard voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangestaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangestaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangestaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangestaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangestaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangestaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangestaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangestaard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangestaard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangestaard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangestaard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangestaard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangestaard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangestaard hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangestaard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangestaard hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangestaard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangestaard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangestaard zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangestaard zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanstaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanstaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanstaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanstaren bijzin, toekomende tijd
zijn aangestaard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangestaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangestaard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangestaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangestaard hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangestaard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangestaard hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangestaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangestaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangestaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangestaard zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangestaard zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangestaard zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanstaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanstaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanstaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanstaren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanstaren aan zou(dt) staren bijzin, voorwaardelijk
zouden aangestaard hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangestaard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangestaard hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangestaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangestaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangestaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangestaard zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangestaard zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangestaard zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanstaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanstaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanstaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanstaren bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangestaard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangestaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangestaard zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanstaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanstaren bijzin, voorwaardelijk
zullen aangestaard hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangestaard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangestaard hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangestaard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangestaard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangestaard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangestaard zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangestaard zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangestaard zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanstaren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanstaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanstaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanstaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanstaren bijzin, toekomende tijd
zult aangestaard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van aan vz en staren ww

Woordfamilie van aanstaren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangestaard voltooid deelwoord aanstaren
aangestaarde woordvorm aanstaren
aanstaar subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanstaren
aanstaarde subordinate-clause, verleden tijd aanstaren
aanstaarden subordinate-clause, verleden tijd aanstaren
aanstaart subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanstaren
aanstare with-subordinate-clause aanstaren
aanstarend onvoltooid deelwoord aanstaren
aanstarende woordvorm aanstaren
staar aan gebiedende wijs aanstaren
staarde aan verleden tijd aanstaren
staarden aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanstaren
staart aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanstaren
stare aan woordvorm aanstaren
staren aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanstaren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanstaren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aanstaren

Hoe spreek ik aanstaren uit?
Zo spreek je aanstaren uit: /ˈanstarə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van aanstaren?
Aanstaren is een werkwoord. De betekenis is: langdurig aankijken. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik aanstaren?
Zo vervoeg je aanstaren zo: het voltooid deelwoord is aangestaard. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanstaren is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. T 2
  6. A 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanstaren levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. T 2
  6. A 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 12 zonder bonus
  11. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (S) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanstaren in het kort

aanstaren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van aanstaren staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aanstaren bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aanstaren: langdurig aankijken
Deel aanstaren — standaardnederlands.nl