Naar de inhoud

aanstampen

iets dicht op elkaar drukken door erop te stampen

aanstampen

werkwoord ˈanstɑmpə(n)

Betekenis

  1. iets dicht op elkaar drukken door erop te stampen

Hoe spreek je aanstampen uit?

/ˈanstɑmpən/

Aanstampen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈanstɑmpən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
s sok
t tak
ɑ bad
m maan
p pak
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aanstampen

aanstampenhele werkwoord — stampte aanverleden tijd enkelvoud — stampten aanverleden tijd meervoud — aangestamptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stamp aan stampte aan
jij stampt aan stampte aan
hij, zij, het stampt aan stampte aan
wij stampen aan stampten aan
jullie stampen aan stampten aan
zij stampen aan stampten aan
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te stampen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen stampen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal stampen bijzin, toekomende tijd
aan zou stampen bijzin, voorwaardelijk
aan zouden stampen bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt stampen bijzin, voorwaardelijk
aan zullen stampen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen stampen bijzin, toekomende tijd
aan zult stampen bijzin, toekomende tijd
aangestampt verleden tijd, deelwoord
aangestampt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangestampt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangestampt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangestampt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangestampt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangestampt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangestampt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangestampt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangestampt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangestampt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanstamp bijzin, tegenwoordige tijd
aanstampend onvoltooid, deelwoord
aanstampt bijzin, tegenwoordige tijd
aanstampte bijzin, verleden tijd
aanstampten bijzin, verleden tijd
ben aangestampt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangestampt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangestampt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangestampt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangestampt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangestampt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangestampt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangestampt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangestampt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangestampt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangestampt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangestampt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangestampt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangestampt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangestampt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangestampt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangestampt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangestampt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangestampt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangestampt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangestampt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangestampt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangestampt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangestampt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangestampt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangestampt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangestampt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stamp aan gebiedende wijs
stampte aan verleden tijd
te hebben aangestampt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanstampen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangestampt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangestampt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangestampt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangestampt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangestampt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangestampt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangestampt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangestampt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangestampt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangestampt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangestampt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangestampt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangestampt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangestampt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangestampt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangestampt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangestampt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangestampt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangestampt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangestampt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangestampt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangestampt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangestampt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangestampt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangestampt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangestampt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangestampt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanstampen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanstampen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanstampen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanstampen bijzin, toekomende tijd
zijn aangestampt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangestampt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangestampt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangestampt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangestampt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangestampt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangestampt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangestampt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangestampt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangestampt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangestampt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangestampt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangestampt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanstampen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanstampen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanstampen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanstampen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanstampen aan zou(dt) stampen bijzin, voorwaardelijk
zouden aangestampt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangestampt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangestampt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangestampt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangestampt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangestampt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangestampt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangestampt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangestampt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanstampen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanstampen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanstampen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanstampen bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangestampt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangestampt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangestampt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanstampen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanstampen bijzin, voorwaardelijk
zullen aangestampt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangestampt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangestampt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangestampt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangestampt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangestampt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangestampt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangestampt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangestampt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanstampen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanstampen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanstampen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanstampen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanstampen bijzin, toekomende tijd
zult aangestampt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van aan vz en stampen ww

Woordfamilie van aanstampen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangestampt voltooid deelwoord aanstampen
aangestampte woordvorm aanstampen
aanstamp subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanstampen
aanstampe with-subordinate-clause aanstampen
aanstampend onvoltooid deelwoord aanstampen
aanstampende woordvorm aanstampen
aanstampt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanstampen
aanstampte subordinate-clause, verleden tijd aanstampen
aanstampten subordinate-clause, verleden tijd aanstampen
stamp aan gebiedende wijs aanstampen
stampe aan woordvorm aanstampen
stampen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanstampen
stampt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanstampen
stampte aan verleden tijd aanstampen
stampten aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanstampen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanstampen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aanstampen

Hoe spreek ik aanstampen uit?
Zo spreek je aanstampen uit: /ˈanstɑmpə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van aanstampen?
Aanstampen is een werkwoord. De betekenis is: iets dicht op elkaar drukken door erop te stampen.
Hoe vervoeg ik aanstampen?
Zo vervoeg je aanstampen zo: het voltooid deelwoord is aangestampt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanstampen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. T 2
  6. A 1
  7. M 3
  8. P 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanstampen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. T 2
  6. A 1
  7. M 3
  8. P 4
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 zonder bonus
  12. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanstampen in het kort

aanstampen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van aanstampen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aanstampen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aanstampen: iets dicht op elkaar drukken door erop te stampen
Deel aanstampen — standaardnederlands.nl