aanspannen
werkwoord ˈanspɑnə(n)Betekenis
- voorspannen
- (een rechtszaak) beginnen
Hoe spreek je aanspannen uit?
/ˈanspɑnən/
Aanspannen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| s | sok |
| p | pak |
| ɑ | bad |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- beginnen transitive
Vervoeging van aanspannen
aanspannenhele werkwoord — spande aanverleden tijd enkelvoud — spanden aanverleden tijd meervoud — aangespannenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | span aan | spande aan |
| jij | spant aan | spande aan |
| hij, zij, het | spant aan | spande aan |
| wij | spannen aan | spanden aan |
| jullie | spannen aan | spanden aan |
| zij | spannen aan | spanden aan |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aan te spannen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen spannen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal spannen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou spannen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden spannen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt spannen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen spannen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen spannen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult spannen | bijzin, toekomende tijd |
| aangespannen | verleden tijd, deelwoord |
| aangespannen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangespannen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangespannen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangespannen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangespannen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangespannen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangespannen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangespannen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangespannen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangespannen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aanspan | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanspande | bijzin, verleden tijd |
| aanspanden | bijzin, verleden tijd |
| aanspannend | onvoltooid, deelwoord |
| aanspant | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ben aangespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aangespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is aangespannen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangespannen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangespannen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangespannen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangespannen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangespannen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangespannen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangespannen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangespannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangespannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangespannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangespannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangespannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangespannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangespannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangespannen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is aangespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aangespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| span aan | gebiedende wijs |
| spande aan | verleden tijd |
| te hebben aangespannen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aanspannen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart aangespannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangespannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aangespannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangespannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aangespannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aangespannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aangespannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd aangespannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd aangespannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd aangespannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden aangespannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden aangespannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden aangespannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt aangespannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word aangespannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden aangespannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden aangespannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden aangespannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt aangespannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt aangespannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aangespannen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangespannen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangespannen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal aangespannen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangespannen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aanspannen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aanspannen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aanspannen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aanspannen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn aangespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aangespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aangespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aangespannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou aangespannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangespannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangespannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou aangespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangespannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangespannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangespannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aanspannen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aanspannen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aanspannen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aanspannen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aanspannen aan zou(dt) spannen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangespannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangespannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangespannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangespannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangespannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangespannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aanspannen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aanspannen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aanspannen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aanspannen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangespannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangespannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aanspannen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aanspannen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen aangespannen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangespannen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangespannen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aangespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aangespannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangespannen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangespannen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangespannen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aanspannen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aanspannen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aanspannen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aanspannen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aanspannen | bijzin, toekomende tijd |
| zult aangespannen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van aan vz en spannen ww
Woordfamilie van aanspannen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aangespannen | voltooid deelwoord | aanspannen |
| aanspan | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanspannen |
| aanspande | subordinate-clause, verleden tijd | aanspannen |
| aanspanden | subordinate-clause, verleden tijd | aanspannen |
| aanspanne | with-subordinate-clause | aanspannen |
| aanspannend | onvoltooid deelwoord | aanspannen |
| aanspannende | woordvorm | aanspannen |
| aanspant | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanspannen |
| span aan | gebiedende wijs | aanspannen |
| spande aan | verleden tijd | aanspannen |
| spanden aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aanspannen |
| spanne aan | woordvorm | aanspannen |
| spannen aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aanspannen |
| spant aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aanspannen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanspannen zijn vastgelegd.