Naar de inhoud

aanspannen

voorspannen

aanspannen

werkwoord ˈanspɑnə(n)

Betekenis

  1. voorspannen
  2. (een rechtszaak) beginnen

Hoe spreek je aanspannen uit?

/ˈanspɑnən/

Aanspannen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈanspɑnən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
s sok
p pak
ɑ bad
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. beginnen transitive

Vervoeging van aanspannen

aanspannenhele werkwoord — spande aanverleden tijd enkelvoud — spanden aanverleden tijd meervoud — aangespannenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik span aan spande aan
jij spant aan spande aan
hij, zij, het spant aan spande aan
wij spannen aan spanden aan
jullie spannen aan spanden aan
zij spannen aan spanden aan
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te spannen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen spannen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal spannen bijzin, toekomende tijd
aan zou spannen bijzin, voorwaardelijk
aan zouden spannen bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt spannen bijzin, voorwaardelijk
aan zullen spannen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen spannen bijzin, toekomende tijd
aan zult spannen bijzin, toekomende tijd
aangespannen verleden tijd, deelwoord
aangespannen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangespannen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangespannen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangespannen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangespannen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangespannen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangespannen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangespannen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangespannen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangespannen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanspan bijzin, tegenwoordige tijd
aanspande bijzin, verleden tijd
aanspanden bijzin, verleden tijd
aanspannend onvoltooid, deelwoord
aanspant bijzin, tegenwoordige tijd
ben aangespannen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangespannen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangespannen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangespannen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangespannen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangespannen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangespannen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangespannen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangespannen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangespannen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangespannen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangespannen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangespannen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangespannen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangespannen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangespannen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangespannen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangespannen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangespannen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangespannen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangespannen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangespannen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
span aan gebiedende wijs
spande aan verleden tijd
te hebben aangespannen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanspannen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangespannen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangespannen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangespannen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangespannen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangespannen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangespannen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangespannen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangespannen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangespannen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangespannen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangespannen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangespannen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangespannen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangespannen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangespannen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangespannen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangespannen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangespannen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangespannen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangespannen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanspannen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanspannen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanspannen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanspannen bijzin, toekomende tijd
zijn aangespannen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangespannen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanspannen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanspannen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanspannen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanspannen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanspannen aan zou(dt) spannen bijzin, voorwaardelijk
zouden aangespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanspannen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanspannen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanspannen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanspannen bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanspannen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanspannen bijzin, voorwaardelijk
zullen aangespannen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangespannen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangespannen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangespannen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangespannen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangespannen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangespannen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangespannen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangespannen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanspannen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanspannen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanspannen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanspannen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanspannen bijzin, toekomende tijd
zult aangespannen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van aan vz en spannen ww

Woordfamilie van aanspannen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangespannen voltooid deelwoord aanspannen
aanspan subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanspannen
aanspande subordinate-clause, verleden tijd aanspannen
aanspanden subordinate-clause, verleden tijd aanspannen
aanspanne with-subordinate-clause aanspannen
aanspannend onvoltooid deelwoord aanspannen
aanspannende woordvorm aanspannen
aanspant subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanspannen
span aan gebiedende wijs aanspannen
spande aan verleden tijd aanspannen
spanden aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanspannen
spanne aan woordvorm aanspannen
spannen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanspannen
spant aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanspannen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanspannen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aanspannen

Hoe spreek ik aanspannen uit?
Zo spreek je aanspannen uit: /ˈanspɑnə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van aanspannen?
Aanspannen is een werkwoord. De betekenis is: voorspannen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik aanspannen?
Zo vervoeg je aanspannen zo: het voltooid deelwoord is aangespannen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanspannen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. P 3
  6. A 1
  7. N 1
  8. N 1
  9. E 1
  10. N 1
  11. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanspannen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. P 4
  6. A 1
  7. N 1
  8. N 1
  9. E 1
  10. N 1
  11. 14 zonder bonus
  12. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanspannen in het kort

aanspannen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van aanspannen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aanspannen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aanspannen: voorspannen
Deel aanspannen — standaardnederlands.nl