aanspeelbaar
bijvoeglijk naamwoord anˈspelbarBetekenis
- (in balsporten) vrijstaand zodat de bal naar die speler gespeeld kan worden zonder dat de tegenpartij de bal onderschept
Hoe spreek je aanspeelbaar uit?
/anˈspelbar/
Aanspeelbaar bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| s | sok |
| p | pak |
| e | veel |
| l | land |
| b | bak |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- vrijstaand zodat de bal naar die speler gespeeld kan worden zonder dat de tegenpartij de bal onderschept
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aanspeelbaarder | onverbogen, vergrotende trap |
| aanspeelbaardere | verbogen, vergrotende trap |
| aanspeelbaarders | partitief, vergrotende trap |
| aanspeelbaars | partitief, stellende trap |
| aanspeelbaarst | onverbogen, overtreffende trap |
| aanspeelbaarste | verbogen, overtreffende trap |
| aanspeelbare | verbogen, stellende trap |
Herkomst
Naamwoord van handeling van aanspelen met het achtervoegsel -baar
Woordfamilie van aanspeelbaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aanspeelbaarder | vergrotende trap | aanspeelbaar |
| aanspeelbaardere | verbogen vergrotende trap | aanspeelbaar |
| aanspeelbaarders | partitieve vergrotende trap | aanspeelbaar |
| aanspeelbaars | partitive, positive | aanspeelbaar |
| aanspeelbaarst | uninflected, superlative | aanspeelbaar |
| aanspeelbaarste | inflected, superlative | aanspeelbaar |
| aanspeelbare | verbogen vorm | aanspeelbaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanspeelbaar zijn vastgelegd.