Naar de inhoud

aanslijpen

slijpen

aanslijpen

werkwoord ˈanslɛipə(n)

Betekenis

  1. slijpen

Hoe spreek je aanslijpen uit?

/ˈanslɛipən/

Aanslijpen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈanslɛipən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
s sok
l land
ɛi trein
p pak
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aanslijpen

aanslijpenhele werkwoord — sleep aanverleden tijd enkelvoud — slepen aanverleden tijd meervoud — aangeslepenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik slijp aan sleep aan
jij slijpt aan sleep aan
hij, zij, het slijpt aan sleep aan
wij slijpen aan slepen aan
jullie slijpen aan slepen aan
zij slijpen aan slepen aan
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
aan te slijpen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen slijpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal slijpen bijzin, toekomende tijd
aan zou slijpen bijzin, voorwaardelijk
aan zouden slijpen bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt slijpen bijzin, voorwaardelijk
aan zullen slijpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen slijpen bijzin, toekomende tijd
aan zult slijpen bijzin, toekomende tijd
aangeslepen verleden tijd, deelwoord
aangeslepen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangeslepen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aansleep bijzin, verleden tijd
aanslepen bijzin, verleden tijd
aanslijp bijzin, tegenwoordige tijd
aanslijpend onvoltooid, deelwoord
aanslijpt bijzin, tegenwoordige tijd
ev. gebiedende wijs
had aangeslepen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangeslepen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangeslepen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangeslepen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangeslepen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangeslepen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangeslepen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangeslepen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangeslepen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangeslepen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangeslepen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangeslepen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangeslepen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangeslepen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangeslepen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sleep aan verleden tijd
slijp aan gebiedende wijs
te hebben aangeslepen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanslijpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal aangeslepen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangeslepen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangeslepen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanslijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanslijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanslijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanslijpen bijzin, toekomende tijd
zou aangeslepen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangeslepen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangeslepen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanslijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanslijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanslijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanslijpen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanslijpen aan zou(dt) slijpen bijzin, voorwaardelijk
zouden aangeslepen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangeslepen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangeslepen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanslijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanslijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanslijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanslijpen bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangeslepen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanslijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanslijpen bijzin, voorwaardelijk
zullen aangeslepen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangeslepen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangeslepen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanslijpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanslijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanslijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanslijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanslijpen bijzin, toekomende tijd
zult aangeslepen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult aanslijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult aanslijpen bijzin, toekomende tijd
zult/zal aanslijpen aan zult/zal slijpen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van aan en slijpen

Woordfamilie van aanslijpen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangeslepen voltooid deelwoord aanslijpen
aanslijp subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanslijpen
aanslijpe with-subordinate-clause aanslijpen
aanslijpend onvoltooid deelwoord aanslijpen
aanslijpende woordvorm aanslijpen
aanslijpt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanslijpen
slijp aan gebiedende wijs aanslijpen
slijpe aan woordvorm aanslijpen
slijpen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanslijpen
slijpt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanslijpen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanslijpen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aanslijpen

Hoe spreek je aanslijpen uit?
De uitspraak van aanslijpen is: /ˈanslɛipə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent aanslijpen?
Aanslijpen is een werkwoord. Het woord betekent: slijpen.
Hoe vervoeg je aanslijpen?
Je vervoegt aanslijpen als volgt: het voltooid deelwoord is aangeslepen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanslijpen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. L 3
  6. I 1
  7. J 4
  8. P 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanslijpen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. L 3
  6. I 2
  7. J 4
  8. P 4
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanslijpen in het kort

aanslijpen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van aanslijpen zijn 45 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort aanslijpen bij een woordfamilie van 10 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

aanslijpen: slijpen
Deel aanslijpen — standaardnederlands.nl