aanslepen
werkwoord ˈanslepə(n)Betekenis
- met moeite of in grote hoeveelheden aandragen
- lang duren
- achter zich ~: met zich meetrekken
Hoe spreek je aanslepen uit?
/ˈanslepən/
Aanslepen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| s | sok |
| l | land |
| e | veel |
| p | pak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van aanslepen
aanslepenhele werkwoord — sleepte aanverleden tijd enkelvoud — sleepten aanverleden tijd meervoud — aangesleeptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | sleep aan | sleepte aan |
| jij | sleept aan | sleepte aan |
| hij, zij, het | sleept aan | sleepte aan |
| wij | slepen aan | sleepten aan |
| jullie | slepen aan | sleepten aan |
| zij | slepen aan | sleepten aan |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aan te slepen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen slepen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal slepen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou slepen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden slepen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt slepen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen slepen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen slepen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult slepen | bijzin, toekomende tijd |
| aangesleept | verleden tijd, deelwoord |
| aangesleept te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangesleept te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangesleept te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangesleept te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangesleept te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangesleept worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangesleept zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangesleept zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangesleept zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangesleept zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aansleep | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aansleept | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aansleepte | bijzin, verleden tijd |
| aansleepten | bijzin, verleden tijd |
| aanslepend | onvoltooid, deelwoord |
| ben aangesleept | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aangesleept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is aangesleept | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangesleept | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangesleept | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangesleept | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangesleept worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangesleept zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangesleept worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangesleept zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangesleept | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangesleept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangesleept | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangesleept | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangesleept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangesleept | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangesleept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangesleept | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangesleept | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangesleept | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangesleept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangesleept | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangesleept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangesleept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangesleept | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is aangesleept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aangesleept | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| sleep aan | gebiedende wijs |
| sleepte aan | verleden tijd |
| te hebben aangesleept | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aanslepen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart aangesleept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangesleept | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aangesleept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangesleept | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aangesleept | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aangesleept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aangesleept | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd aangesleept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd aangesleept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd aangesleept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden aangesleept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden aangesleept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden aangesleept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt aangesleept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word aangesleept | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden aangesleept | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden aangesleept | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden aangesleept | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt aangesleept | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt aangesleept | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aangesleept hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangesleept hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangesleept hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangesleept worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangesleept worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal aangesleept zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangesleept zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aanslepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aanslepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aanslepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aanslepen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn aangesleept | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aangesleept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aangesleept | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aangesleept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou aangesleept hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangesleept hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangesleept hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangesleept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangesleept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou aangesleept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangesleept zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangesleept zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangesleept zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aanslepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aanslepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aanslepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aanslepen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aanslepen aan zou(dt) slepen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangesleept hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangesleept hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangesleept hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangesleept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangesleept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangesleept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangesleept zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangesleept zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangesleept zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aanslepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aanslepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aanslepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aanslepen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangesleept hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangesleept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangesleept zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aanslepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aanslepen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen aangesleept hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangesleept hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangesleept hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangesleept worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aangesleept worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aangesleept worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangesleept zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangesleept zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangesleept zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aanslepen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aanslepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aanslepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aanslepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aanslepen | bijzin, toekomende tijd |
| zult aangesleept hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van aanslijpen
Vervoeging van aanslepen
aanslepenhele werkwoord — sleepte aanverleden tijd enkelvoud — sleepten aanverleden tijd meervoud — aangesleeptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | sleep aan | sleepte aan |
| jij | sleept aan | sleepte aan |
| hij, zij, het | sleept aan | sleepte aan |
| wij | slepen aan | sleepten aan |
| jullie | slepen aan | sleepten aan |
| zij | slepen aan | sleepten aan |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aan te slepen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen slepen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal slepen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou slepen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden slepen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt slepen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen slepen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen slepen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult slepen | bijzin, toekomende tijd |
| aangesleept | verleden tijd, deelwoord |
| aangesleept te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangesleept te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangesleept te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangesleept te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangesleept te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangesleept worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangesleept zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangesleept zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangesleept zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangesleept zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aansleep | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aansleept | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aansleepte | bijzin, verleden tijd |
| aansleepten | bijzin, verleden tijd |
| aanslepend | onvoltooid, deelwoord |
| ben aangesleept | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aangesleept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is aangesleept | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangesleept | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangesleept | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangesleept | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangesleept worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangesleept zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangesleept worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangesleept zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangesleept | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangesleept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangesleept | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangesleept | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangesleept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangesleept | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangesleept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangesleept | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangesleept | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangesleept | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangesleept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangesleept | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangesleept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangesleept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangesleept | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is aangesleept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aangesleept | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| sleep aan | gebiedende wijs |
| sleepte aan | verleden tijd |
| te hebben aangesleept | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aanslepen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart aangesleept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangesleept | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aangesleept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangesleept | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aangesleept | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aangesleept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aangesleept | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd aangesleept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd aangesleept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd aangesleept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden aangesleept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden aangesleept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden aangesleept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt aangesleept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word aangesleept | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden aangesleept | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden aangesleept | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden aangesleept | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt aangesleept | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt aangesleept | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aangesleept hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangesleept hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangesleept hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangesleept worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangesleept worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal aangesleept zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangesleept zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aanslepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aanslepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aanslepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aanslepen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn aangesleept | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aangesleept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aangesleept | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aangesleept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou aangesleept hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangesleept hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangesleept hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangesleept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangesleept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou aangesleept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangesleept zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangesleept zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangesleept zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aanslepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aanslepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aanslepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aanslepen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aanslepen aan zou(dt) slepen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangesleept hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangesleept hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangesleept hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangesleept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangesleept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangesleept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangesleept zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangesleept zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangesleept zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aanslepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aanslepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aanslepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aanslepen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangesleept hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangesleept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangesleept zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aanslepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aanslepen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen aangesleept hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangesleept hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangesleept hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangesleept worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aangesleept worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aangesleept worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangesleept zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangesleept zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangesleept zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aanslepen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aanslepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aanslepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aanslepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aanslepen | bijzin, toekomende tijd |
| zult aangesleept hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van aan vz en slepen ww
Woordfamilie van aanslepen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aangesleept | voltooid deelwoord | aanslepen |
| aangesleepte | woordvorm | aanslepen |
| aansleept | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanslepen |
| aansleepte | subordinate-clause, verleden tijd | aanslepen |
| aansleepten | subordinate-clause, verleden tijd | aanslepen |
| aanslepe | with-subordinate-clause | aanslepen |
| aanslepend | onvoltooid deelwoord | aanslepen |
| aanslepende | woordvorm | aanslepen |
| sleept aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aanslepen |
| sleepte aan | verleden tijd | aanslepen |
| sleepten aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aanslepen |
| slepe aan | woordvorm | aanslepen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanslepen zijn vastgelegd.