aanschieten
werkwoord ˈansxitə(n)Betekenis
- licht raken
- vlug aandoen
- toesnellen
Hoe spreek je aanschieten uit?
/ˈansxitən/
Aanschieten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| s | sok |
| x | acht |
| i | riet |
| t | tak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van aanschieten
aanschietenhele werkwoord — schoot aanverleden tijd enkelvoud — schoten aanverleden tijd meervoud — aangeschotenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | schiet aan | schoot aan |
| jij | schiet aan | schoot aan |
| hij, zij, het | schiet aan | schoot aan |
| wij | schieten aan | schoten aan |
| jullie | schieten aan | schoten aan |
| zij | schieten aan | schoten aan |
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aan te schieten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen schieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal schieten | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou schieten | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden schieten | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt schieten | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen schieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen schieten | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult schieten | bijzin, toekomende tijd |
| aangeschoten | verleden tijd, deelwoord |
| aangeschoten te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangeschoten te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangeschoten te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangeschoten te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangeschoten te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangeschoten worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangeschoten zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangeschoten zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangeschoten zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangeschoten zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aanschiet | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanschietend | onvoltooid, deelwoord |
| aanschoot | bijzin, verleden tijd |
| aanschoten | bijzin, verleden tijd |
| ben aangeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aangeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is aangeschoten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangeschoten | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangeschoten | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangeschoten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangeschoten worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangeschoten zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangeschoten worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangeschoten zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangeschoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangeschoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangeschoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangeschoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangeschoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangeschoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangeschoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangeschoten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is aangeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aangeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| schiet aan | gebiedende wijs |
| schoot aan | verleden tijd |
| te hebben aangeschoten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aanschieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart aangeschoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangeschoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aangeschoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangeschoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aangeschoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aangeschoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aangeschoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd aangeschoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd aangeschoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd aangeschoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden aangeschoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden aangeschoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden aangeschoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt aangeschoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word aangeschoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden aangeschoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden aangeschoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden aangeschoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt aangeschoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt aangeschoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aangeschoten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangeschoten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangeschoten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangeschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangeschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal aangeschoten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangeschoten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aanschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aanschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aanschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aanschieten | bijzin, toekomende tijd |
| zijn aangeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aangeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aangeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aangeschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou aangeschoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangeschoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangeschoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangeschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangeschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou aangeschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangeschoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangeschoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangeschoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aanschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aanschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aanschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aanschieten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aanschieten aan zou(dt) schieten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangeschoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangeschoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangeschoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangeschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangeschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangeschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangeschoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangeschoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangeschoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aanschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aanschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aanschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aanschieten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangeschoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangeschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangeschoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aanschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aanschieten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen aangeschoten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangeschoten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangeschoten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangeschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aangeschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aangeschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangeschoten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangeschoten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangeschoten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aanschieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aanschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aanschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aanschieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aanschieten | bijzin, toekomende tijd |
| zult aangeschoten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult aangeschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van aan vz en schieten ww
Woordfamilie van aanschieten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aanschiet | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanschieten |
| aanschiete | with-subordinate-clause | aanschieten |
| aanschietend | onvoltooid deelwoord | aanschieten |
| aanschietende | woordvorm | aanschieten |
| aanschoot | subordinate-clause, verleden tijd | aanschieten |
| aanschoten | subordinate-clause, verleden tijd | aanschieten |
| schiet aan | gebiedende wijs | aanschieten |
| schiete aan | woordvorm | aanschieten |
| schieten aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aanschieten |
| schoot aan | verleden tijd | aanschieten |
| schoten aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aanschieten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanschieten zijn vastgelegd.