aanscherpen
werkwoord ˈansxɛrpə(n)Betekenis
- scherper maken
- effectiever maken, erger maken
Hoe spreek je aanscherpen uit?
/ˈansxɛrpən/
Aanscherpen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| s | sok |
| x | acht |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| p | pak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van aanscherpen
aanscherpenhele werkwoord — scherpte aanverleden tijd enkelvoud — scherpten aanverleden tijd meervoud — aangescherptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | scherp aan | scherpte aan |
| jij | scherpt aan | scherpte aan |
| hij, zij, het | scherpt aan | scherpte aan |
| wij | scherpen aan | scherpten aan |
| jullie | scherpen aan | scherpten aan |
| zij | scherpen aan | scherpten aan |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aan te scherpen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen scherpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal scherpen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou scherpen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden scherpen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt scherpen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen scherpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen scherpen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult scherpen | bijzin, toekomende tijd |
| aangescherpt | verleden tijd, deelwoord |
| aangescherpt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangescherpt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangescherpt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangescherpt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangescherpt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangescherpt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangescherpt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangescherpt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangescherpt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangescherpt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aanscherp | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanscherpend | onvoltooid, deelwoord |
| aanscherpt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanscherpte | bijzin, verleden tijd |
| aanscherpten | bijzin, verleden tijd |
| ben aangescherpt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aangescherpt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is aangescherpt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangescherpt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangescherpt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangescherpt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangescherpt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangescherpt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangescherpt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangescherpt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangescherpt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangescherpt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangescherpt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangescherpt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangescherpt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangescherpt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangescherpt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangescherpt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangescherpt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangescherpt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangescherpt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangescherpt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangescherpt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangescherpt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangescherpt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is aangescherpt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aangescherpt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| scherp aan | gebiedende wijs |
| scherpte aan | verleden tijd |
| te hebben aangescherpt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aanscherpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart aangescherpt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangescherpt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aangescherpt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangescherpt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aangescherpt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aangescherpt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aangescherpt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd aangescherpt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd aangescherpt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd aangescherpt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden aangescherpt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden aangescherpt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden aangescherpt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt aangescherpt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word aangescherpt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden aangescherpt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden aangescherpt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden aangescherpt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt aangescherpt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt aangescherpt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aangescherpt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangescherpt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangescherpt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangescherpt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangescherpt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal aangescherpt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangescherpt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aanscherpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aanscherpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aanscherpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aanscherpen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn aangescherpt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aangescherpt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aangescherpt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aangescherpt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou aangescherpt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangescherpt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangescherpt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangescherpt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangescherpt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou aangescherpt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangescherpt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangescherpt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangescherpt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aanscherpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aanscherpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aanscherpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aanscherpen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aanscherpen aan zou(dt) scherpen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangescherpt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangescherpt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangescherpt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangescherpt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangescherpt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangescherpt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangescherpt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangescherpt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangescherpt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aanscherpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aanscherpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aanscherpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aanscherpen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangescherpt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangescherpt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangescherpt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aanscherpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aanscherpen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen aangescherpt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangescherpt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangescherpt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangescherpt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aangescherpt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aangescherpt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangescherpt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangescherpt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangescherpt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aanscherpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aanscherpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aanscherpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aanscherpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aanscherpen | bijzin, toekomende tijd |
| zult aangescherpt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van aan vz en scherpen ww
Woordfamilie van aanscherpen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aangescherpt | voltooid deelwoord | aanscherpen |
| aangescherpte | woordvorm | aanscherpen |
| aanscherp | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanscherpen |
| aanscherpe | with-subordinate-clause | aanscherpen |
| aanscherpend | onvoltooid deelwoord | aanscherpen |
| aanscherpende | woordvorm | aanscherpen |
| aanscherpt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanscherpen |
| aanscherpte | subordinate-clause, verleden tijd | aanscherpen |
| aanscherpten | subordinate-clause, verleden tijd | aanscherpen |
| scherp aan | gebiedende wijs | aanscherpen |
| scherpe aan | woordvorm | aanscherpen |
| scherpen aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aanscherpen |
| scherpt aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aanscherpen |
| scherpte aan | verleden tijd | aanscherpen |
| scherpten aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aanscherpen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanscherpen zijn vastgelegd.