aanroeren
werkwoord ˈanrurə(n)Betekenis
- aanraken, kort bespreken
Hoe spreek je aanroeren uit?
/ˈanrurən/
Aanroeren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| r | rood |
| u | boek |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van aanroeren
aanroerenhele werkwoord — roerde aanverleden tijd enkelvoud — roerden aanverleden tijd meervoud — aangeroerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | roer aan | roerde aan |
| jij | roert aan | roerde aan |
| hij, zij, het | roert aan | roerde aan |
| wij | roeren aan | roerden aan |
| jullie | roeren aan | roerden aan |
| zij | roeren aan | roerden aan |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aan te roeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen roeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal roeren | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou roeren | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden roeren | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt roeren | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen roeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen roeren | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult roeren | bijzin, toekomende tijd |
| aangeroerd | verleden tijd, deelwoord |
| aangeroerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangeroerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangeroerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangeroerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangeroerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangeroerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangeroerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangeroerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangeroerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangeroerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aanroer | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanroerde | bijzin, verleden tijd |
| aanroerden | bijzin, verleden tijd |
| aanroerend | onvoltooid, deelwoord |
| aanroert | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ben aangeroerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aangeroerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is aangeroerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangeroerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangeroerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangeroerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangeroerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangeroerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangeroerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangeroerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangeroerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangeroerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangeroerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangeroerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangeroerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangeroerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangeroerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangeroerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangeroerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangeroerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangeroerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangeroerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangeroerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangeroerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangeroerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is aangeroerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aangeroerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| roer aan | gebiedende wijs |
| roerde aan | verleden tijd |
| te hebben aangeroerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aanroeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart aangeroerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangeroerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aangeroerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangeroerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aangeroerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aangeroerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aangeroerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd aangeroerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd aangeroerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd aangeroerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden aangeroerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden aangeroerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden aangeroerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt aangeroerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word aangeroerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden aangeroerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden aangeroerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden aangeroerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt aangeroerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt aangeroerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aangeroerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangeroerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangeroerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangeroerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangeroerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal aangeroerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangeroerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aanroeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aanroeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aanroeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aanroeren | bijzin, toekomende tijd |
| zijn aangeroerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aangeroerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aangeroerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aangeroerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou aangeroerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangeroerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangeroerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangeroerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangeroerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou aangeroerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangeroerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangeroerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangeroerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aanroeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aanroeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aanroeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aanroeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aanroeren aan zou(dt) roeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangeroerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangeroerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangeroerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangeroerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangeroerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangeroerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangeroerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangeroerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangeroerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aanroeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aanroeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aanroeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aanroeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangeroerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangeroerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangeroerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aanroeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aanroeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen aangeroerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangeroerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangeroerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangeroerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aangeroerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aangeroerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangeroerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangeroerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangeroerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aanroeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aanroeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aanroeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aanroeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aanroeren | bijzin, toekomende tijd |
| zult aangeroerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van aan vz en roeren ww
Woordfamilie van aanroeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aangeroerd | voltooid deelwoord | aanroeren |
| aangeroerde | woordvorm | aanroeren |
| aanroer | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanroeren |
| aanroerde | subordinate-clause, verleden tijd | aanroeren |
| aanroerden | subordinate-clause, verleden tijd | aanroeren |
| aanroere | with-subordinate-clause | aanroeren |
| aanroerend | onvoltooid deelwoord | aanroeren |
| aanroerende | woordvorm | aanroeren |
| aanroert | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanroeren |
| roer aan | gebiedende wijs | aanroeren |
| roerde aan | verleden tijd | aanroeren |
| roerden aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aanroeren |
| roere aan | woordvorm | aanroeren |
| roeren aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aanroeren |
| roert aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aanroeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanroeren zijn vastgelegd.