aanroeper
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die met stemverheffing spreekt
- iemand die probeert contact te krijgen met het opperwezen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aanroepers | meervoud |
| aanroepertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| aanroepertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van aanroepen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van aanroeper
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aanroepers | meervoud | aanroeper |
| aanroepertje | verkleinwoord | aanroeper |
| aanroepertjes | verkleinwoord meervoud | aanroeper |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanroeper zijn vastgelegd.