Naar de inhoud

aanmodderen

planloos te werk gaan, halfslachtig te werk gaan

aanmodderen

werkwoord ˈanmɔdərə(n)

Betekenis

  1. planloos te werk gaan, halfslachtig te werk gaan

Hoe spreek je aanmodderen uit?

/ˈanmɔdərən/

Aanmodderen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈanmɔdərən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
m maan
ɔ bot
d dak
ə de
r rood
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aanmodderen

aanmodderenhele werkwoord — modderde aanverleden tijd enkelvoud — modderden aanverleden tijd meervoud — aangemodderdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik modder aan modderde aan
jij moddert aan modderde aan
hij, zij, het moddert aan modderde aan
wij modderen aan modderden aan
jullie modderen aan modderden aan
zij modderen aan modderden aan
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
aan te modderen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen modderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal modderen bijzin, toekomende tijd
aan zou modderen bijzin, voorwaardelijk
aan zouden modderen bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt modderen bijzin, voorwaardelijk
aan zullen modderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen modderen bijzin, toekomende tijd
aan zult modderen bijzin, toekomende tijd
aangemodderd verleden tijd, deelwoord
aangemodderd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangemodderd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanmodder bijzin, tegenwoordige tijd
aanmodderde bijzin, verleden tijd
aanmodderden bijzin, verleden tijd
aanmodderend onvoltooid, deelwoord
aanmoddert bijzin, tegenwoordige tijd
ev. gebiedende wijs
had aangemodderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangemodderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangemodderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangemodderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangemodderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangemodderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangemodderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangemodderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangemodderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangemodderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangemodderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangemodderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangemodderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangemodderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangemodderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
modder aan gebiedende wijs
modderde aan verleden tijd
te hebben aangemodderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanmodderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal aangemodderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangemodderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangemodderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanmodderen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanmodderen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanmodderen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanmodderen bijzin, toekomende tijd
zou aangemodderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangemodderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangemodderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanmodderen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanmodderen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanmodderen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanmodderen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanmodderen aan zou(dt) modderen bijzin, voorwaardelijk
zouden aangemodderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangemodderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangemodderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanmodderen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanmodderen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanmodderen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanmodderen bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangemodderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanmodderen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanmodderen bijzin, voorwaardelijk
zullen aangemodderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangemodderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangemodderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanmodderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanmodderen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanmodderen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanmodderen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanmodderen bijzin, toekomende tijd
zult aangemodderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult aanmodderen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult aanmodderen bijzin, toekomende tijd
zult/zal aanmodderen aan zult/zal modderen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van aan vz en modderen ww

Woordfamilie van aanmodderen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangemodderd voltooid deelwoord aanmodderen
aangemodderde woordvorm aanmodderen
aanmodder subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanmodderen
aanmodderde subordinate-clause, verleden tijd aanmodderen
aanmodderden subordinate-clause, verleden tijd aanmodderen
aanmoddere with-subordinate-clause aanmodderen
aanmodderend onvoltooid deelwoord aanmodderen
aanmodderende woordvorm aanmodderen
aanmoddert subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanmodderen
modder aan gebiedende wijs aanmodderen
modderde aan verleden tijd aanmodderen
modderden aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanmodderen
moddere aan woordvorm aanmodderen
modderen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanmodderen
moddert aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanmodderen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanmodderen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aanmodderen

Hoe spreek je aanmodderen uit?
De uitspraak van aanmodderen is: /ˈanmɔdərə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent aanmodderen?
Aanmodderen is een werkwoord. Het woord betekent: planloos te werk gaan, halfslachtig te werk gaan.
Hoe vervoeg je aanmodderen?
Je vervoegt aanmodderen als volgt: het voltooid deelwoord is aangemodderd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanmodderen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. M 3
  5. O 1
  6. D 2
  7. D 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanmodderen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. M 3
  5. O 1
  6. D 2
  7. D 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 16 zonder bonus
  13. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanmodderen in het kort

aanmodderen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van aanmodderen zijn 45 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort aanmodderen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

aanmodderen: planloos te werk gaan, halfslachtig te werk gaan
Deel aanmodderen — standaardnederlands.nl