Naar de inhoud

aanmengen

iets droogs met iets vloeibaars mengen

aanmengen

werkwoord ˈanmɛŋə(n)

Betekenis

  1. iets droogs met iets vloeibaars mengen

Hoe spreek je aanmengen uit?

/ˈanmɛŋən/

Aanmengen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈanmɛŋən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
m maan
ɛ bed
ŋ ding
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aanmengen

aanmengenhele werkwoord — mengde aanverleden tijd enkelvoud — mengden aanverleden tijd meervoud — aangemengdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik meng aan mengde aan
jij mengt aan mengde aan
hij, zij, het mengt aan mengde aan
wij mengen aan mengden aan
jullie mengen aan mengden aan
zij mengen aan mengden aan
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te mengen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen mengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal mengen bijzin, toekomende tijd
aan zou mengen bijzin, voorwaardelijk
aan zouden mengen bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt mengen bijzin, voorwaardelijk
aan zullen mengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen mengen bijzin, toekomende tijd
aan zult mengen bijzin, toekomende tijd
aangemengd verleden tijd, deelwoord
aangemengd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangemengd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangemengd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangemengd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangemengd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangemengd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangemengd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangemengd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangemengd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangemengd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanmeng bijzin, tegenwoordige tijd
aanmengde bijzin, verleden tijd
aanmengden bijzin, verleden tijd
aanmengend onvoltooid, deelwoord
aanmengt bijzin, tegenwoordige tijd
ben aangemengd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangemengd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangemengd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangemengd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangemengd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangemengd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangemengd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangemengd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangemengd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangemengd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangemengd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangemengd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangemengd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangemengd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangemengd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangemengd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangemengd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangemengd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangemengd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangemengd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangemengd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangemengd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangemengd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangemengd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangemengd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangemengd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangemengd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
meng aan gebiedende wijs
mengde aan verleden tijd
te hebben aangemengd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanmengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangemengd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangemengd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangemengd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangemengd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangemengd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangemengd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangemengd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangemengd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangemengd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangemengd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangemengd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangemengd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangemengd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangemengd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangemengd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangemengd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangemengd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangemengd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangemengd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangemengd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangemengd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangemengd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangemengd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangemengd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangemengd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangemengd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangemengd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanmengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanmengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanmengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanmengen bijzin, toekomende tijd
zijn aangemengd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangemengd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangemengd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangemengd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangemengd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangemengd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangemengd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangemengd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangemengd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangemengd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangemengd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangemengd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangemengd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanmengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanmengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanmengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanmengen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanmengen aan zou(dt) mengen bijzin, voorwaardelijk
zouden aangemengd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangemengd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangemengd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangemengd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangemengd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangemengd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangemengd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangemengd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangemengd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanmengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanmengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanmengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanmengen bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangemengd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangemengd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangemengd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanmengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanmengen bijzin, voorwaardelijk
zullen aangemengd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangemengd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangemengd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangemengd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangemengd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangemengd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangemengd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangemengd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangemengd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanmengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanmengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanmengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanmengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanmengen bijzin, toekomende tijd
zult aangemengd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van aan vz en mengen ww

Woordfamilie van aanmengen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangemengd voltooid deelwoord aanmengen
aangemengde woordvorm aanmengen
aanmeng subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanmengen
aanmengde subordinate-clause, verleden tijd aanmengen
aanmengden subordinate-clause, verleden tijd aanmengen
aanmenge with-subordinate-clause aanmengen
aanmengend onvoltooid deelwoord aanmengen
aanmengende woordvorm aanmengen
aanmengt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanmengen
meng aan gebiedende wijs aanmengen
mengde aan verleden tijd aanmengen
mengden aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanmengen
menge aan woordvorm aanmengen
mengen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanmengen
mengt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanmengen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanmengen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aanmengen

Hoe spreek ik aanmengen uit?
Zo spreek je aanmengen uit: /ˈanmɛŋə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van aanmengen?
Aanmengen is een werkwoord. De betekenis is: iets droogs met iets vloeibaars mengen.
Hoe vervoeg ik aanmengen?
Zo vervoeg je aanmengen zo: het voltooid deelwoord is aangemengd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanmengen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. M 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanmengen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. M 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 zonder bonus
  11. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanmengen in het kort

aanmengen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van aanmengen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aanmengen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aanmengen: iets droogs met iets vloeibaars mengen
Deel aanmengen — standaardnederlands.nl