Naar de inhoud

aanlopen

duren

aanlopen is meer dan één woord

aanlopen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈanlopə(n)

Betekenis

  1. duren
  2. in botsing komen met een staand voorwerp
  3. komen ~: ongewild ergens arriveren
  4. van een motor e.d.: enigszins verkeerd lopen waardoor grote wrijving of blokkering veroorzaakt wordt
  5. rood/blauw ~ een bepaalde kleur krijgen van opwinding of koude
  6. ~ bij terloops bezoeken
  7. varend bezoeken

Hoe spreek je aanlopen uit?

/ˈanlopən/

Aanlopen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈanlopən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
l land
o boot
p pak
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. iets lopend bezoeken

Vervoeging van aanlopen

aanlopenhele werkwoord — liep aanverleden tijd enkelvoud — liepen aanverleden tijd meervoud — aangelopenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik loop aan liep aan
jij loopt aan liep aan
hij, zij, het loopt aan liep aan
wij lopen aan liepen aan
jullie lopen aan liepen aan
zij lopen aan liepen aan
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te lopen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen lopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal lopen bijzin, toekomende tijd
aan zou lopen bijzin, voorwaardelijk
aan zouden lopen bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt lopen bijzin, voorwaardelijk
aan zullen lopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen lopen bijzin, toekomende tijd
aan zult lopen bijzin, toekomende tijd
aangelopen verleden tijd, deelwoord
aangelopen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangelopen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangelopen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangelopen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangelopen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangelopen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangelopen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangelopen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangelopen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangelopen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanliep bijzin, verleden tijd
aanliepen bijzin, verleden tijd
aanloop bijzin, tegenwoordige tijd
aanloopt bijzin, tegenwoordige tijd
aanlopend onvoltooid, deelwoord
ben aangelopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangelopen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangelopen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangelopen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangelopen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangelopen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangelopen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangelopen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangelopen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangelopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangelopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangelopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangelopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangelopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangelopen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangelopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangelopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangelopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangelopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
liep aan verleden tijd
loop aan gebiedende wijs
te hebben aangelopen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanlopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangelopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangelopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangelopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangelopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangelopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangelopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangelopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangelopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangelopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangelopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangelopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangelopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangelopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangelopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangelopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangelopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangelopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangelopen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangelopen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangelopen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangelopen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangelopen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangelopen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangelopen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanlopen bijzin, toekomende tijd
zijn aangelopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangelopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangelopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangelopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangelopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanlopen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanlopen aan zou(dt) lopen bijzin, voorwaardelijk
zouden aangelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangelopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangelopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangelopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanlopen bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangelopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanlopen bijzin, voorwaardelijk
zullen aangelopen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangelopen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangelopen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangelopen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangelopen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangelopen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangelopen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangelopen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangelopen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanlopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanlopen bijzin, toekomende tijd
zult aangelopen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord aanloop

Herkomst

samenstelling van aan vz en lopen ww

Woordfamilie van aanlopen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangelopen voltooid deelwoord aanlopen
aanliep subordinate-clause, verleden tijd aanlopen
aanliepen subordinate-clause, verleden tijd aanlopen
aanloopt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanlopen
aanlope with-subordinate-clause aanlopen
aanlopend onvoltooid deelwoord aanlopen
aanlopende woordvorm aanlopen
liep aan verleden tijd aanlopen
liepen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanlopen
liept aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon aanlopen
loop aan gebiedende wijs aanlopen
loopt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanlopen
lope aan woordvorm aanlopen
lopen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanlopen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanlopen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aanlopen

Hoe spreek ik aanlopen uit?
Zo spreek je aanlopen uit: /ˈanlopə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van aanlopen?
Aanlopen is een werkwoord. De betekenis is: duren. In totaal staan er 8 betekenissen.
Hoe vervoeg ik aanlopen?
Zo vervoeg je aanlopen zo: het voltooid deelwoord is aangelopen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanlopen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. L 3
  5. O 1
  6. P 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanlopen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. L 3
  5. O 1
  6. P 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 zonder bonus
  10. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanlopen in het kort

aanlopen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 8 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van aanlopen staan er 89 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aanlopen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aanlopen: duren
Deel aanlopen — standaardnederlands.nl