aankweken
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈaŋkwekə(n)Betekenis
- door kweken iets voortbrengen
Hoe spreek je aankweken uit?
/ˈaŋkwekən/
Aankweken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| w | quiz |
| e | veel |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van aankweken
aankwekenhele werkwoord — kweekte aanverleden tijd enkelvoud — kweekten aanverleden tijd meervoud — aangekweektvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kweek aan | kweekte aan |
| jij | kweekt aan | kweekte aan |
| hij, zij, het | kweekt aan | kweekte aan |
| wij | kweken aan | kweekten aan |
| jullie | kweken aan | kweekten aan |
| zij | kweken aan | kweekten aan |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aan te kweken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen kweken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal kweken | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou kweken | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden kweken | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt kweken | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen kweken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen kweken | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult kweken | bijzin, toekomende tijd |
| aangekweekt | verleden tijd, deelwoord |
| aangekweekt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangekweekt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangekweekt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangekweekt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangekweekt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangekweekt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangekweekt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangekweekt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangekweekt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangekweekt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aankweek | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aankweekt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aankweekte | bijzin, verleden tijd |
| aankweekten | bijzin, verleden tijd |
| aankwekend | onvoltooid, deelwoord |
| ben aangekweekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aangekweekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is aangekweekt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangekweekt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangekweekt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangekweekt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangekweekt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangekweekt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangekweekt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangekweekt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangekweekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangekweekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangekweekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangekweekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangekweekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangekweekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangekweekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangekweekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangekweekt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangekweekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangekweekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangekweekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangekweekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangekweekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangekweekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is aangekweekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aangekweekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kweek aan | gebiedende wijs |
| kweekte aan | verleden tijd |
| te hebben aangekweekt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aankweken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart aangekweekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangekweekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aangekweekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangekweekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aangekweekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aangekweekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aangekweekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd aangekweekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd aangekweekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd aangekweekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden aangekweekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden aangekweekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden aangekweekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt aangekweekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word aangekweekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden aangekweekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden aangekweekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden aangekweekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt aangekweekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt aangekweekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aangekweekt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangekweekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangekweekt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangekweekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangekweekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal aangekweekt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangekweekt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aankweken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aankweken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aankweken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aankweken | bijzin, toekomende tijd |
| zijn aangekweekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aangekweekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aangekweekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aangekweekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou aangekweekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangekweekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangekweekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangekweekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangekweekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou aangekweekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangekweekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangekweekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangekweekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aankweken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aankweken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aankweken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aankweken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aankweken aan zou(dt) kweken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangekweekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangekweekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangekweekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangekweekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangekweekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangekweekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangekweekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangekweekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangekweekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aankweken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aankweken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aankweken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aankweken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangekweekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangekweekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangekweekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aankweken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aankweken | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen aangekweekt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangekweekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangekweekt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangekweekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aangekweekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aangekweekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangekweekt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangekweekt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangekweekt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aankweken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aankweken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aankweken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aankweken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aankweken | bijzin, toekomende tijd |
| zult aangekweekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord aankweek
Herkomst
samenstelling van aan vz en kweken ww
Woordfamilie van aankweken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aangekweekt | voltooid deelwoord | aankweken |
| aangekweekte | woordvorm | aankweken |
| aankweekt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aankweken |
| aankweekte | subordinate-clause, verleden tijd | aankweken |
| aankweekten | subordinate-clause, verleden tijd | aankweken |
| aankweke | with-subordinate-clause | aankweken |
| aankwekend | onvoltooid deelwoord | aankweken |
| aankwekende | woordvorm | aankweken |
| kweek aan | gebiedende wijs | aankweken |
| kweekt aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aankweken |
| kweekte aan | verleden tijd | aankweken |
| kweekten aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aankweken |
| kweke aan | woordvorm | aankweken |
| kweken aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aankweken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aankweken zijn vastgelegd.