Naar de inhoud

aankruisen

met een kruisje aanwijzen

aankruisen

werkwoord ˈaŋkrœysə(n)

Betekenis

  1. met een kruisje aanwijzen

Hoe spreek je aankruisen uit?

/ˈaŋkrœysən/

Aankruisen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈaŋkrœysən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
ŋ ding
k kat
r rood
œy huis
s sok
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aankruisen

aankruisenhele werkwoord — kruiste aanverleden tijd enkelvoud — kruisten aanverleden tijd meervoud — aangekruistvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kruis aan kruiste aan
jij kruist aan kruiste aan
hij, zij, het kruist aan kruiste aan
wij kruisen aan kruisten aan
jullie kruisen aan kruisten aan
zij kruisen aan kruisten aan
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te kruisen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen kruisen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal kruisen bijzin, toekomende tijd
aan zou kruisen bijzin, voorwaardelijk
aan zouden kruisen bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt kruisen bijzin, voorwaardelijk
aan zullen kruisen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen kruisen bijzin, toekomende tijd
aan zult kruisen bijzin, toekomende tijd
aangekruist verleden tijd, deelwoord
aangekruist te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangekruist te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangekruist te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangekruist te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangekruist te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangekruist worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangekruist zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangekruist zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangekruist zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangekruist zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aankruis bijzin, tegenwoordige tijd
aankruisend onvoltooid, deelwoord
aankruist bijzin, tegenwoordige tijd
aankruiste bijzin, verleden tijd
aankruisten bijzin, verleden tijd
ben aangekruist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangekruist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangekruist impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangekruist impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangekruist impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangekruist impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangekruist worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangekruist zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangekruist worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangekruist zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangekruist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangekruist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangekruist voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangekruist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangekruist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangekruist voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangekruist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangekruist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangekruist actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangekruist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangekruist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangekruist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangekruist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangekruist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangekruist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangekruist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangekruist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kruis aan gebiedende wijs
kruiste aan verleden tijd
te hebben aangekruist actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aankruisen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangekruist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangekruist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangekruist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangekruist voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangekruist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangekruist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangekruist voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangekruist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangekruist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangekruist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangekruist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangekruist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangekruist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangekruist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangekruist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangekruist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangekruist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangekruist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangekruist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangekruist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangekruist hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangekruist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangekruist hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangekruist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangekruist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangekruist zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangekruist zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aankruisen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aankruisen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aankruisen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aankruisen bijzin, toekomende tijd
zijn aangekruist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangekruist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangekruist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangekruist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangekruist hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangekruist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangekruist hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangekruist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangekruist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangekruist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangekruist zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangekruist zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangekruist zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aankruisen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aankruisen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aankruisen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aankruisen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aankruisen aan zou(dt) kruisen bijzin, voorwaardelijk
zouden aangekruist hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangekruist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangekruist hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangekruist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangekruist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangekruist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangekruist zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangekruist zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangekruist zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aankruisen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aankruisen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aankruisen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aankruisen bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangekruist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangekruist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangekruist zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aankruisen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aankruisen bijzin, voorwaardelijk
zullen aangekruist hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangekruist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangekruist hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangekruist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangekruist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangekruist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangekruist zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangekruist zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangekruist zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aankruisen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aankruisen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aankruisen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aankruisen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aankruisen bijzin, toekomende tijd
zult aangekruist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van aan vz en kruisen ww

Woordfamilie van aankruisen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangekruist voltooid deelwoord aankruisen
aangekruiste woordvorm aankruisen
aankruis subordinate-clause, tegenwoordige tijd aankruisen
aankruise with-subordinate-clause aankruisen
aankruisend onvoltooid deelwoord aankruisen
aankruisende woordvorm aankruisen
aankruist subordinate-clause, tegenwoordige tijd aankruisen
aankruiste subordinate-clause, verleden tijd aankruisen
aankruisten subordinate-clause, verleden tijd aankruisen
kruis aan gebiedende wijs aankruisen
kruise aan woordvorm aankruisen
kruisen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aankruisen
kruist aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aankruisen
kruiste aan verleden tijd aankruisen
kruisten aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aankruisen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aankruisen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aankruisen

Hoe spreek je aankruisen uit?
De uitspraak van aankruisen is: /ˈaŋkrœysə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent aankruisen?
Aankruisen is een werkwoord. Het woord betekent: met een kruisje aanwijzen.
Hoe vervoeg je aankruisen?
Je vervoegt aankruisen als volgt: het voltooid deelwoord is aangekruist. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aankruisen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. K 3
  5. R 2
  6. U 4
  7. I 1
  8. S 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aankruisen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. K 3
  5. R 2
  6. U 2
  7. I 2
  8. S 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 zonder bonus
  12. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aankruisen in het kort

aankruisen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van aankruisen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort aankruisen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

aankruisen: met een kruisje aanwijzen
Deel aankruisen — standaardnederlands.nl