Naar de inhoud

aankrijgen

aan het lichaam krijgen (kledingstuk)

aankrijgen

werkwoord ˈaŋkrɛiɣə(n)

Betekenis

  1. aan het lichaam krijgen (kledingstuk)
  2. bereiken dat iets brandt
  3. als levering ontvangen

Hoe spreek je aankrijgen uit?

/ˈaŋkrɛixən/

Aankrijgen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈaŋkrɛixən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
ŋ ding
k kat
r rood
ɛi trein
x acht
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. aan het lichaam krijgen absolute

Vervoeging van aankrijgen

aankrijgenhele werkwoord — kreeg aanverleden tijd enkelvoud — kregen aanverleden tijd meervoud — aangekregenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik krijg aan kreeg aan
jij krijgt aan kreeg aan
hij, zij, het krijgt aan kreeg aan
wij krijgen aan kregen aan
jullie krijgen aan kregen aan
zij krijgen aan kregen aan
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te krijgen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen krijgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal krijgen bijzin, toekomende tijd
aan zou krijgen bijzin, voorwaardelijk
aan zouden krijgen bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt krijgen bijzin, voorwaardelijk
aan zullen krijgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen krijgen bijzin, toekomende tijd
aan zult krijgen bijzin, toekomende tijd
aangekregen verleden tijd, deelwoord
aangekregen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangekregen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangekregen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangekregen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangekregen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangekregen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangekregen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangekregen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangekregen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangekregen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aankreeg bijzin, verleden tijd
aankreegt bijzin, verleden tijd
aankregen bijzin, verleden tijd
aankrijg bijzin, tegenwoordige tijd
aankrijgend onvoltooid, deelwoord
aankrijgt bijzin, tegenwoordige tijd
ben aangekregen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangekregen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangekregen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangekregen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangekregen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangekregen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangekregen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangekregen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangekregen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangekregen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangekregen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangekregen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangekregen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangekregen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangekregen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangekregen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangekregen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangekregen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangekregen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangekregen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangekregen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangekregen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangekregen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangekregen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangekregen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangekregen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangekregen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kreeg aan verleden tijd
krijg aan gebiedende wijs
te hebben aangekregen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aankrijgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangekregen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangekregen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangekregen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangekregen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangekregen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangekregen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangekregen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangekregen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangekregen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangekregen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangekregen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangekregen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangekregen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangekregen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangekregen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangekregen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangekregen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangekregen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangekregen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangekregen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangekregen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangekregen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangekregen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangekregen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangekregen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangekregen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangekregen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aankrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aankrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aankrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aankrijgen bijzin, toekomende tijd
zijn aangekregen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangekregen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangekregen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangekregen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangekregen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangekregen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangekregen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangekregen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangekregen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangekregen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangekregen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangekregen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangekregen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aankrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aankrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aankrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aankrijgen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aankrijgen aan zou(dt) krijgen bijzin, voorwaardelijk
zouden aangekregen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangekregen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangekregen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangekregen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangekregen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangekregen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangekregen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangekregen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangekregen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aankrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aankrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aankrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aankrijgen bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangekregen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangekregen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangekregen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aankrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aankrijgen bijzin, voorwaardelijk
zullen aangekregen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangekregen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangekregen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangekregen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangekregen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangekregen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangekregen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangekregen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangekregen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aankrijgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aankrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aankrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aankrijgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aankrijgen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van aan vz en krijgen ww

Woordfamilie van aankrijgen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangekregen voltooid deelwoord aankrijgen
aankreeg subordinate-clause, verleden tijd aankrijgen
aankregen subordinate-clause, verleden tijd aankrijgen
aankrijg subordinate-clause, tegenwoordige tijd aankrijgen
aankrijge with-subordinate-clause aankrijgen
aankrijgend onvoltooid deelwoord aankrijgen
aankrijgende woordvorm aankrijgen
aankrijgt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aankrijgen
kreeg aan verleden tijd aankrijgen
kreegt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon aankrijgen
kregen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aankrijgen
krijg aan gebiedende wijs aankrijgen
krijge aan woordvorm aankrijgen
krijgen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aankrijgen
krijgt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aankrijgen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aankrijgen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aankrijgen

Hoe spreek ik aankrijgen uit?
Zo spreek je aankrijgen uit: /ˈaŋkrɛiɣə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van aankrijgen?
Aankrijgen is een werkwoord. De betekenis is: aan het lichaam krijgen (kledingstuk). In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik aankrijgen?
Zo vervoeg je aankrijgen zo: het voltooid deelwoord is aangekregen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aankrijgen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. K 3
  5. R 2
  6. I 1
  7. J 4
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aankrijgen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. K 3
  5. R 2
  6. I 2
  7. J 4
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aankrijgen in het kort

aankrijgen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van aankrijgen staan er 90 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aankrijgen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aankrijgen: aan het lichaam krijgen (kledingstuk)
Deel aankrijgen — standaardnederlands.nl