Naar de inhoud

aankoppelen

~ aan een scharnierende verbinding tot een ander bewegend deel of voertuig tot stand brengen

aankoppelen

werkwoord ˈaŋkɔpələ(n)

Betekenis

  1. ~ aan een scharnierende verbinding tot een ander bewegend deel of voertuig tot stand brengen

Hoe spreek je aankoppelen uit?

/ˈaŋkɔpələn/

Aankoppelen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈaŋkɔpələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
ŋ ding
k kat
ɔ bot
p pak
ə de
l land
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aankoppelen

aankoppelenhele werkwoord — koppelde aanverleden tijd enkelvoud — koppelden aanverleden tijd meervoud — aangekoppeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik koppel aan koppelde aan
jij koppelt aan koppelde aan
hij, zij, het koppelt aan koppelde aan
wij koppelen aan koppelden aan
jullie koppelen aan koppelden aan
zij koppelen aan koppelden aan
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te koppelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen koppelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal koppelen bijzin, toekomende tijd
aan zou koppelen bijzin, voorwaardelijk
aan zouden koppelen bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt koppelen bijzin, voorwaardelijk
aan zullen koppelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen koppelen bijzin, toekomende tijd
aan zult koppelen bijzin, toekomende tijd
aangekoppeld verleden tijd, deelwoord
aangekoppeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangekoppeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangekoppeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangekoppeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangekoppeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangekoppeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangekoppeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangekoppeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangekoppeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangekoppeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aankoppel bijzin, tegenwoordige tijd
aankoppelde bijzin, verleden tijd
aankoppelden bijzin, verleden tijd
aankoppelend onvoltooid, deelwoord
aankoppelt bijzin, tegenwoordige tijd
ben aangekoppeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangekoppeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangekoppeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangekoppeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangekoppeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangekoppeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangekoppeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangekoppeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangekoppeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangekoppeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangekoppeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangekoppeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangekoppeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangekoppeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangekoppeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangekoppeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangekoppeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangekoppeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangekoppeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangekoppeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangekoppeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangekoppeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangekoppeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangekoppeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangekoppeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangekoppeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangekoppeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
koppel aan gebiedende wijs
koppelde aan verleden tijd
te hebben aangekoppeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aankoppelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangekoppeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangekoppeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangekoppeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangekoppeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangekoppeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangekoppeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangekoppeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangekoppeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangekoppeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangekoppeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangekoppeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangekoppeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangekoppeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangekoppeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangekoppeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangekoppeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangekoppeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangekoppeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangekoppeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangekoppeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangekoppeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangekoppeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangekoppeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangekoppeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangekoppeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangekoppeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangekoppeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aankoppelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aankoppelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aankoppelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aankoppelen bijzin, toekomende tijd
zijn aangekoppeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangekoppeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangekoppeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangekoppeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangekoppeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangekoppeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangekoppeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangekoppeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangekoppeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangekoppeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangekoppeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangekoppeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangekoppeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aankoppelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aankoppelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aankoppelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aankoppelen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aankoppelen aan zou(dt) koppelen bijzin, voorwaardelijk
zouden aangekoppeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangekoppeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangekoppeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangekoppeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangekoppeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangekoppeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangekoppeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangekoppeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangekoppeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aankoppelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aankoppelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aankoppelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aankoppelen bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangekoppeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangekoppeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangekoppeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aankoppelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aankoppelen bijzin, voorwaardelijk
zullen aangekoppeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangekoppeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangekoppeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangekoppeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangekoppeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangekoppeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangekoppeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangekoppeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangekoppeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aankoppelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aankoppelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aankoppelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aankoppelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aankoppelen bijzin, toekomende tijd
zult aangekoppeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van aan vz en koppelen ww

Woordfamilie van aankoppelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangekoppeld voltooid deelwoord aankoppelen
aangekoppelde woordvorm aankoppelen
aankoppel subordinate-clause, tegenwoordige tijd aankoppelen
aankoppelde subordinate-clause, verleden tijd aankoppelen
aankoppelden subordinate-clause, verleden tijd aankoppelen
aankoppele with-subordinate-clause aankoppelen
aankoppelend onvoltooid deelwoord aankoppelen
aankoppelende woordvorm aankoppelen
aankoppelt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aankoppelen
koppel aan gebiedende wijs aankoppelen
koppelde aan verleden tijd aankoppelen
koppelden aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aankoppelen
koppele aan woordvorm aankoppelen
koppelen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aankoppelen
koppelt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aankoppelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aankoppelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aankoppelen

Hoe spreek je aankoppelen uit?
De uitspraak van aankoppelen is: /ˈaŋkɔpələ(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent aankoppelen?
Aankoppelen is een werkwoord. Het woord betekent: ~ aan een scharnierende verbinding tot een ander bewegend deel of voertuig tot stand brengen.
Hoe vervoeg je aankoppelen?
Je vervoegt aankoppelen als volgt: het voltooid deelwoord is aangekoppeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aankoppelen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. K 3
  5. O 1
  6. P 3
  7. P 3
  8. E 1
  9. L 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aankoppelen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. K 3
  5. O 1
  6. P 4
  7. P 4
  8. E 1
  9. L 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 zonder bonus
  13. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aankoppelen in het kort

aankoppelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van aankoppelen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort aankoppelen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

aankoppelen: ~ aan een scharnierende verbinding tot een ander bewegend deel of voertuig tot stand brengen
Deel aankoppelen — standaardnederlands.nl