aanhitsen
werkwoord ˈanhɪtsə(n)Betekenis
- aanvuren, aanmoedigen
Hoe spreek je aanhitsen uit?
/ˈanhɪtsən/
Aanhitsen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| h | hoed |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| s | sok |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van aanhitsen
aanhitsenhele werkwoord — hitste aanverleden tijd enkelvoud — hitsten aanverleden tijd meervoud — aangehitstvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | hits aan | hitste aan |
| jij | hitst aan | hitste aan |
| hij, zij, het | hitst aan | hitste aan |
| wij | hitsen aan | hitsten aan |
| jullie | hitsen aan | hitsten aan |
| zij | hitsen aan | hitsten aan |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aan te hitsen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen hitsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal hitsen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou hitsen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden hitsen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt hitsen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen hitsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen hitsen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult hitsen | bijzin, toekomende tijd |
| aangehitst | verleden tijd, deelwoord |
| aangehitst te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangehitst te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangehitst te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangehitst te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangehitst te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangehitst worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangehitst zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangehitst zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangehitst zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangehitst zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aanhits | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanhitsend | onvoltooid, deelwoord |
| aanhitst | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanhitste | bijzin, verleden tijd |
| aanhitsten | bijzin, verleden tijd |
| ben aangehitst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aangehitst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is aangehitst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangehitst | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangehitst | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangehitst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangehitst worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangehitst zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangehitst worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangehitst zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangehitst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangehitst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangehitst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangehitst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangehitst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangehitst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangehitst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangehitst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangehitst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangehitst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangehitst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangehitst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangehitst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangehitst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangehitst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hits aan | gebiedende wijs |
| hitste aan | verleden tijd |
| is aangehitst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aangehitst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben aangehitst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aanhitsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart aangehitst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangehitst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aangehitst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangehitst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aangehitst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aangehitst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aangehitst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd aangehitst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd aangehitst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd aangehitst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden aangehitst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden aangehitst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden aangehitst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt aangehitst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word aangehitst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden aangehitst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden aangehitst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden aangehitst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt aangehitst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt aangehitst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aangehitst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangehitst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangehitst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangehitst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangehitst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal aangehitst zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangehitst zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aanhitsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aanhitsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aanhitsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aanhitsen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn aangehitst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aangehitst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aangehitst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aangehitst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou aangehitst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangehitst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangehitst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangehitst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangehitst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou aangehitst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangehitst zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangehitst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangehitst zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aanhitsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aanhitsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aanhitsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aanhitsen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aanhitsen aan zou(dt) hitsen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangehitst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangehitst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangehitst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangehitst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangehitst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangehitst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangehitst zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangehitst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangehitst zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aanhitsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aanhitsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aanhitsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aanhitsen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangehitst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangehitst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangehitst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aanhitsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aanhitsen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen aangehitst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangehitst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangehitst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangehitst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aangehitst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aangehitst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangehitst zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangehitst zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangehitst zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aanhitsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aanhitsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aanhitsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aanhitsen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aanhitsen | bijzin, toekomende tijd |
| zult aangehitst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van aan vz en hitsen ww
Woordfamilie van aanhitsen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aangehitst | voltooid deelwoord | aanhitsen |
| aangehitste | woordvorm | aanhitsen |
| aanhits | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanhitsen |
| aanhitse | with-subordinate-clause | aanhitsen |
| aanhitsend | onvoltooid deelwoord | aanhitsen |
| aanhitsende | woordvorm | aanhitsen |
| aanhitst | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanhitsen |
| aanhitste | subordinate-clause, verleden tijd | aanhitsen |
| aanhitsten | subordinate-clause, verleden tijd | aanhitsen |
| hits aan | gebiedende wijs | aanhitsen |
| hitse aan | woordvorm | aanhitsen |
| hitsen aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aanhitsen |
| hitst aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aanhitsen |
| hitste aan | verleden tijd | aanhitsen |
| hitsten aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aanhitsen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanhitsen zijn vastgelegd.