aanhankelijkheid
zelfstandig naamwoord anˈhɑŋkələkhɛitBetekenis
- de mate waarin een mens of dier trouw en toegenegen is
Hoe spreek je aanhankelijkheid uit?
/anˈhɑŋkələkhɛit/
Aanhankelijkheid bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| h | hoed |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| ə | de |
| l | land |
| ɛi | trein |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aanhankelijkheden | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘innige gehechtheid’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van aanhankelijkheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aanhankelijkheden | meervoud | aanhankelijkheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanhankelijkheid zijn vastgelegd.