aangrijnzen
werkwoord ˈaŋɣrɛinzə(n)Betekenis
- vals aankijken
Hoe spreek je aangrijnzen uit?
/ˈaŋxrɛinzən/
Aangrijnzen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| ŋ | ding |
| x | acht |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| n | nek |
| z | zon |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van aangrijnzen
aangrijnzenhele werkwoord — grijnsde aanverleden tijd enkelvoud — grijnsden aanverleden tijd meervoud — aangegrijnsdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | grijns aan | grijnsde aan |
| jij | grijnst aan | grijnsde aan |
| hij, zij, het | grijnst aan | grijnsde aan |
| wij | grijnzen aan | grijnsden aan |
| jullie | grijnzen aan | grijnsden aan |
| zij | grijnzen aan | grijnsden aan |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aan te grijnzen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen grijnzen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal grijnzen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou grijnzen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden grijnzen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt grijnzen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen grijnzen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen grijnzen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult grijnzen | bijzin, toekomende tijd |
| aangegrijnsd | verleden tijd, deelwoord |
| aangegrijnsd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangegrijnsd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangegrijnsd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangegrijnsd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangegrijnsd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangegrijnsd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangegrijnsd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangegrijnsd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangegrijnsd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangegrijnsd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangrijns | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aangrijnsde | bijzin, verleden tijd |
| aangrijnsden | bijzin, verleden tijd |
| aangrijnst | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aangrijnzend | onvoltooid, deelwoord |
| ben aangegrijnsd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aangegrijnsd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is aangegrijnsd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangegrijnsd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangegrijnsd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangegrijnsd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangegrijnsd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangegrijnsd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangegrijnsd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangegrijnsd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| grijns aan | gebiedende wijs |
| grijnsde aan | verleden tijd |
| had aangegrijnsd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangegrijnsd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangegrijnsd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangegrijnsd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangegrijnsd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangegrijnsd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangegrijnsd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangegrijnsd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangegrijnsd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangegrijnsd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangegrijnsd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangegrijnsd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangegrijnsd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangegrijnsd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangegrijnsd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is aangegrijnsd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aangegrijnsd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben aangegrijnsd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aangrijnzen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart aangegrijnsd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangegrijnsd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aangegrijnsd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangegrijnsd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aangegrijnsd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aangegrijnsd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aangegrijnsd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd aangegrijnsd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd aangegrijnsd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd aangegrijnsd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden aangegrijnsd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden aangegrijnsd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden aangegrijnsd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt aangegrijnsd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word aangegrijnsd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden aangegrijnsd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden aangegrijnsd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden aangegrijnsd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt aangegrijnsd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt aangegrijnsd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aangegrijnsd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangegrijnsd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangegrijnsd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangegrijnsd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangegrijnsd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal aangegrijnsd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangegrijnsd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangrijnzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aangrijnzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aangrijnzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aangrijnzen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn aangegrijnsd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aangegrijnsd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aangegrijnsd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aangegrijnsd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou aangegrijnsd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangegrijnsd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangegrijnsd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangegrijnsd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangegrijnsd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou aangegrijnsd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangegrijnsd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangegrijnsd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangegrijnsd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangrijnzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aangrijnzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aangrijnzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aangrijnzen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aangrijnzen aan zou(dt) grijnzen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangegrijnsd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangegrijnsd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangegrijnsd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangegrijnsd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangegrijnsd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangegrijnsd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangegrijnsd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangegrijnsd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangegrijnsd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangrijnzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangrijnzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangrijnzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aangrijnzen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangegrijnsd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangegrijnsd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangegrijnsd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangrijnzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aangrijnzen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen aangegrijnsd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangegrijnsd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangegrijnsd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangegrijnsd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aangegrijnsd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aangegrijnsd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangegrijnsd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangegrijnsd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangegrijnsd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangrijnzen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aangrijnzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aangrijnzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aangrijnzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aangrijnzen | bijzin, toekomende tijd |
| zult aangegrijnsd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van aan vz en grijnzen ww
Woordfamilie van aangrijnzen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aangegrijnsd | voltooid deelwoord | aangrijnzen |
| aangegrijnsde | woordvorm | aangrijnzen |
| aangrijns | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aangrijnzen |
| aangrijnsde | subordinate-clause, verleden tijd | aangrijnzen |
| aangrijnsden | subordinate-clause, verleden tijd | aangrijnzen |
| aangrijnst | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aangrijnzen |
| aangrijnze | with-subordinate-clause | aangrijnzen |
| aangrijnzend | onvoltooid deelwoord | aangrijnzen |
| aangrijnzende | woordvorm | aangrijnzen |
| grijns aan | gebiedende wijs | aangrijnzen |
| grijnsde aan | verleden tijd | aangrijnzen |
| grijnsden aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aangrijnzen |
| grijnst aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aangrijnzen |
| grijnze aan | woordvorm | aangrijnzen |
| grijnzen aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aangrijnzen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aangrijnzen zijn vastgelegd.