aangrijpen
werkwoord ˈaŋɣrɛipə(n)Betekenis
- met kracht aanpakken
- aanvallen.
- hevig ontroeren
- Van de gelegenheid gebruik maken wanneer die zich voordoet.
Hoe spreek je aangrijpen uit?
/ˈaŋxrɛipən/
Aangrijpen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| ŋ | ding |
| x | acht |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- aanpakken transitive
Vervoeging van aangrijpen
aangrijpenhele werkwoord — greep aanverleden tijd enkelvoud — grepen aanverleden tijd meervoud — aangegrepenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | grijp aan | greep aan |
| jij | grijpt aan | greep aan |
| hij, zij, het | grijpt aan | greep aan |
| wij | grijpen aan | grepen aan |
| jullie | grijpen aan | grepen aan |
| zij | grijpen aan | grepen aan |
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aan te grijpen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen grijpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal grijpen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou grijpen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden grijpen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt grijpen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen grijpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen grijpen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult grijpen | bijzin, toekomende tijd |
| aangegrepen | verleden tijd, deelwoord |
| aangegrepen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangegrepen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangegrepen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangegrepen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangegrepen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangegrepen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangegrepen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangegrepen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangegrepen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangegrepen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangreep | bijzin, verleden tijd |
| aangreept | bijzin, verleden tijd |
| aangrepen | bijzin, verleden tijd |
| aangrijp | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aangrijpend | onvoltooid, deelwoord |
| aangrijpt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ben aangegrepen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aangegrepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is aangegrepen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangegrepen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangegrepen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangegrepen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangegrepen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangegrepen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangegrepen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangegrepen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| greep aan | verleden tijd |
| grijp aan | gebiedende wijs |
| had aangegrepen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangegrepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangegrepen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangegrepen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangegrepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangegrepen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangegrepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangegrepen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangegrepen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangegrepen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangegrepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangegrepen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangegrepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangegrepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangegrepen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is aangegrepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aangegrepen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben aangegrepen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aangrijpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart aangegrepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangegrepen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aangegrepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangegrepen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aangegrepen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aangegrepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aangegrepen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd aangegrepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd aangegrepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd aangegrepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden aangegrepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden aangegrepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden aangegrepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt aangegrepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word aangegrepen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden aangegrepen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden aangegrepen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden aangegrepen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt aangegrepen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt aangegrepen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aangegrepen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangegrepen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangegrepen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangegrepen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangegrepen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal aangegrepen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangegrepen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangrijpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aangrijpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aangrijpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aangrijpen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn aangegrepen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aangegrepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aangegrepen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aangegrepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou aangegrepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangegrepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangegrepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangegrepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangegrepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou aangegrepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangegrepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangegrepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangegrepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangrijpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aangrijpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aangrijpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aangrijpen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aangrijpen aan zou(dt) grijpen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangegrepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangegrepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangegrepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangegrepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangegrepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangegrepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangegrepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangegrepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangegrepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangrijpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangrijpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangrijpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aangrijpen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangegrepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangegrepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangegrepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangrijpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aangrijpen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen aangegrepen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangegrepen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangegrepen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangegrepen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aangegrepen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aangegrepen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangegrepen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangegrepen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangegrepen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangrijpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aangrijpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aangrijpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aangrijpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aangrijpen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van aan vz en grijpen ww
Woordfamilie van aangrijpen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aangegrepen | voltooid deelwoord | aangrijpen |
| aangreep | subordinate-clause, verleden tijd | aangrijpen |
| aangrepen | subordinate-clause, verleden tijd | aangrijpen |
| aangrijp | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aangrijpen |
| aangrijpe | with-subordinate-clause | aangrijpen |
| aangrijpt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aangrijpen |
| greep aan | verleden tijd | aangrijpen |
| greept aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | aangrijpen |
| grepen aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aangrijpen |
| grijp aan | gebiedende wijs | aangrijpen |
| grijpe aan | woordvorm | aangrijpen |
| grijpen aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aangrijpen |
| grijpt aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aangrijpen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aangrijpen zijn vastgelegd.