Naar de inhoud

aangieten

aan iets vastgieten

aangieten

werkwoord ˈaŋɣitə(n)

Betekenis

  1. aan iets vastgieten

Hoe spreek je aangieten uit?

/ˈaŋxitən/

Aangieten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈaŋxitən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
ŋ ding
x acht
i riet
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aangieten

aangietenhele werkwoord — goot aanverleden tijd enkelvoud — goten aanverleden tijd meervoud — aangegotenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik giet aan goot aan
jij giet aan goot aan
hij, zij, het giet aan goot aan
wij gieten aan goten aan
jullie gieten aan goten aan
zij gieten aan goten aan
Alle 73 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
aan te gieten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen gieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal gieten bijzin, toekomende tijd
aan zou gieten bijzin, voorwaardelijk
aan zouden gieten bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt gieten bijzin, voorwaardelijk
aan zullen gieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen gieten bijzin, toekomende tijd
aan zult gieten bijzin, toekomende tijd
aangegoten verleden tijd, deelwoord
aangegoten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangegoten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangiet bijzin, tegenwoordige tijd
aangietend onvoltooid, deelwoord
aangoot bijzin, verleden tijd
aangoten bijzin, verleden tijd
ev. gebiedende wijs
giet aan gebiedende wijs
goot aan verleden tijd
had aangegoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangegoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangegoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangegoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangegoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangegoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangegoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangegoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangegoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangegoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangegoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangegoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangegoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangegoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangegoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben aangegoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aangieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal aangegoten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangegoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangegoten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aangieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aangieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aangieten bijzin, toekomende tijd
zou aangegoten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangegoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangegoten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aangieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aangieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aangieten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aangieten aan zou(dt) gieten bijzin, voorwaardelijk
zouden aangegoten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangegoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangegoten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aangieten bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangegoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aangieten bijzin, voorwaardelijk
zullen aangegoten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangegoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangegoten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aangieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aangieten bijzin, toekomende tijd
zult aangegoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult aangieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult aangieten bijzin, toekomende tijd
zult/zal aangieten aan zult/zal gieten bijzin, toekomende tijd

Vervoeging van aangieten

aangietenhele werkwoord — goot aanverleden tijd enkelvoud — goten aanverleden tijd meervoud — aangegotenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik giet aan goot aan
jij giet aan goot aan
hij, zij, het giet aan goot aan
wij gieten aan goten aan
jullie gieten aan goten aan
zij gieten aan goten aan
Alle 73 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
aan te gieten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen gieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal gieten bijzin, toekomende tijd
aan zou gieten bijzin, voorwaardelijk
aan zouden gieten bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt gieten bijzin, voorwaardelijk
aan zullen gieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen gieten bijzin, toekomende tijd
aan zult gieten bijzin, toekomende tijd
aangegoten verleden tijd, deelwoord
aangegoten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangegoten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangiet bijzin, tegenwoordige tijd
aangietend onvoltooid, deelwoord
aangoot bijzin, verleden tijd
aangoten bijzin, verleden tijd
ev. gebiedende wijs
giet aan gebiedende wijs
goot aan verleden tijd
had aangegoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangegoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangegoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangegoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangegoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangegoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangegoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangegoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangegoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangegoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangegoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangegoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangegoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangegoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangegoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben aangegoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aangieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal aangegoten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangegoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangegoten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aangieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aangieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aangieten bijzin, toekomende tijd
zou aangegoten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangegoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangegoten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aangieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aangieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aangieten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aangieten aan zou(dt) gieten bijzin, voorwaardelijk
zouden aangegoten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangegoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangegoten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aangieten bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangegoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aangieten bijzin, voorwaardelijk
zullen aangegoten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangegoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangegoten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aangieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aangieten bijzin, toekomende tijd
zult aangegoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult aangieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult aangieten bijzin, toekomende tijd
zult/zal aangieten aan zult/zal gieten bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van aan en gieten

Woordfamilie van aangieten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangegoten voltooid deelwoord aangieten
aangiet subordinate-clause, tegenwoordige tijd aangieten
aangiete with-subordinate-clause aangieten
aangietend onvoltooid deelwoord aangieten
aangietende woordvorm aangieten
aangoot subordinate-clause, verleden tijd aangieten
aangoten subordinate-clause, verleden tijd aangieten
giet aan gebiedende wijs aangieten
giete aan woordvorm aangieten
gieten aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aangieten
goot aan verleden tijd aangieten
goten aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aangieten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aangieten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aangieten

Hoe spreek ik aangieten uit?
Zo spreek je aangieten uit: /ˈaŋɣitə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van aangieten?
Aangieten is een werkwoord. De betekenis is: aan iets vastgieten.
Hoe vervoeg ik aangieten?
Zo vervoeg je aangieten zo: het voltooid deelwoord is aangegoten. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aangieten is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. G 3
  5. I 1
  6. E 1
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aangieten levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. G 3
  5. I 2
  6. E 1
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 zonder bonus
  11. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aangieten in het kort

aangieten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van aangieten staan er 43 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aangieten bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aangieten: aan iets vastgieten
Deel aangieten — standaardnederlands.nl