aanfluiting
zelfstandig naamwoord ˈaɱflœytɪŋBetekenis
- iets dat belachelijk of schandelijk is
- uiting waaruit blijkt dat iets belachelijk of schandelijk wordt gevonden
Hoe spreek je aanfluiting uit?
/ˈamflœytɪŋ/
Aanfluiting bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| m | maan |
| f | fiets |
| l | land |
| œy | huis |
| t | tak |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aanfluitingen | meervoud |
| aanfluitinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| aanfluitinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van aanfluiten met het achtervoegsel -ing, een verwijzing naar de Bijbel, bijvoorbeeld 2 Kronieken 29:8 en Jeremia 19:8 **[1] in de betekenis van ‘voorwerp van bespotting’ voor het eerst aangetroffen in 1637
Woordfamilie van aanfluiting
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aanfluitingen | meervoud | aanfluiting |
| aanfluitinkje | verkleinwoord | aanfluiting |
| aanfluitinkjes | verkleinwoord meervoud | aanfluiting |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanfluiting zijn vastgelegd.