aanfok
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- de dieren die men door fokken heeft verkregen
- het door fokken vermeerderen van dieren
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanfokken
Vervoeging van aanfok
aanfokhele werkwoord
Herkomst
naamwoord van handeling van aanfokken