farce
zelfstandig naamwoord fɑrsBetekenis
- belachelijke of misleidende gang van zaken
- humoristisch theaterstuk, met in het plot veelal een samenloop van omstandigheden die tot hilariteit/hilarische momenten leiden
- vulsel of vulling voor gerechten, meestal op basis van fijngehakt vlees of vis
- klucht
- schertsvertoning
- klucht, blijspel
- vulling
Hoe spreek je farce uit?
/fɑrs/
Farce bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| s | sok |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| farcen, farces | meervoud |
Herkomst
van Frans farce, oorspronkelijk "vulling", later ook "klucht, blijspel" (omdat die als opvulling in een programma gebruikt werden), in de betekenis van ‘dwaze grap’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1617, de pejoratieve, figuurlijke betekenis heeft zich weer hieruit ontwikkeld
Woordfamilie van farce
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| farcen | meervoud | farce |
| farces | meervoud | farce |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van farce zijn vastgelegd.